Algemene veiligheidstips

 

  • Tip 1:
    Altijd je licht aan! Dagelijks zien we nog veel motor- en scooterrijders zonder licht rijden. Met licht aan word je echt veel beter waargenomen. Sommigen hebben om deze reden zelfs gele schijnwerperlampen ingebouwd. Stel je voor, je rijdt op een weg met de zon achter je, en uit een zijweg komt een voertuig. Wat valt beter op: geen, wit of geel licht?

     

  • Tip 2:
    Beschermkleding is enorm belangrijk. Overal zie je mensen die niet de juiste beschermkleding dragen. T-shirt, korte broek en sandalen op een sportmotor of scooter. Deze mensen hebben nog nooit verwondingen gezien die al bij lage snelheden optreden. Ook (juist) met heet weer handschoenen en een jas met protectoren (ook in zomeruitvoering met ventilatie).



  • Tip 3:
    Wen je eraan altijd twee vingers over je rem te houden. Bij een noodstop scheelt je dit kostbare seconden en misschien net die paar meter die je kunnen redden.

     

  • Tip 4:
    Nooit de voorrem met vier vingers inknijpen, omdat je op dat moment veel te veel kracht op je rem zet, je voorrem meestal zal blokkeren en een val niet te vermijden is. Twee, maximaal drie vingers. Bij bijna alle tweewielers is het drukpunt bij de remhandle instelbaar, zorg dat je er mee vertrouwd raakt en stel hem op jezelf in, zo krijg je veel meer feeling voor het remmen.

     

  • Tip 5:
    Juist kantelen: veel motorrijders leunen met het lichaamsgewicht in de bocht om de motor om te bocht te krijgen. Daar is op zich niets op tegen, maar hier zitten grenzen aan. Soms ga je te snel in de bocht en is je gewicht niet meer voldoende om te corrigeren, de motor wil zich oprichten en je komt in de baan van het tegemoetkomende verkeer of erger nog, vliegt uit de bocht. Gebruik daarom altijd de techniek van het tegensturen. Je moet hier wel even voor oefenen, maar binnen de kortste keren heb je er de juiste feeling voor. Op deze manier kun je je motor ook sneller weer omhoogkrijgen na een bocht of in een bocht corrigeren. Bovendien gebruik je deze techniek om in een noodgeval uit te kunnen wijken.

     

  • Tip 6:
    Bumperkleven: een motor kan misschien sneller stoppen dan een auto, in de praktijk is dit meestal niet het geval. Reden is meestal foutief en onregelmatig remmen. Oefen daarom regelmatig een noodstop, kies een plek waar niemand je stoort of in gevaar brengt, en kies een punt op de weg of zet er wat neer, rijd er met 50 km/h op af en probeer zo goed en snel mogelijk te remmen. Blokkeert het voorwiel, gebruik dan een vinger minder om te remmen, twee is meestal genoeg. In het begin zul je merken dat dit best moeilijk is, oftewel je voertuigbeheersing is nog niet wat het zijn moet. Na enige tijd en oefenen zul je merken dat je remweg steeds korter wordt, je remmen en banden worden echter steeds warmer, waardoor het resultaat ook anders uitpakt. Neem dus regelmatig een pauze zodat de boel weer afkoelt, om de optimale omstandigheden te krijgen voor een noodstop. In het geval van een noodstop zijn remmen en banden immers ook vaak niet opgewarmd.

     

  • Tip 7:
    Nog erger is te dicht opeen rijden in een groep. Meestal rijdt men in een groep veel te dicht op elkaar. Door het volgen van het wiel voor je verslapt je concentratie. Door niet voldoende afstand te bewaren komt het snel tot botsingen, bijvoorbeeld als iemand plotseling besluit af te remmen om benzine te gaan tanken. Moet een motor voor je plotseling een noodstop maken, dan is een val meestal onvermijdelijk. Houd altijd voldoende afstand bij het rijden in een groep. Door geschaard te rijden voorkom je dit probleem enigszins.

     

  • Tip 8:
    Groepsrijden / vertrouwen in de voorrijder: jammer genoeg zijn er altijd weer gevallen van zelfoverschatting. Daarmee bedoelen we: rijd altijd zo snel als je kunt en zo ver je kunt zien. De laatste tijd zien we steeds vaker groepjes motorrijders waarbij één persoon duidelijk niet de capaciteit heeft het tempo en de rijstijl van de rest van de groep bij te houden. Levensgevaarlijk! Vertrouw nooit op degene voor je, deze kent misschien de rit, rijdt beter dan jij, of zijn motor zit anders in elkaar. Deze rijdt misschien de bocht met 100 km/h omdat hij het kan, jij kunt dat misschien niet, blijft achter hem, en voor je het weet is het te laat. Ook kan degene voor je zichzelf overschatten, valt, en jij komt daarachter... Pas alsjeblieft je rijstijl aan aan je eigen mogelijkheden en oefen op plaatsen die daarvoor geschikt zijn.

     

  • Tip 9:
    Het is belangrijk in bochten geen gewichtsverplaatsing te hebben, dat betekent niet remmen (en al helemaal niet met de achterrem) en niet gassen/gas minderen. Kan het op een gegeven moment echt niet anders, dan moeten deze correcties zeer zacht, met een fluwelen handje, doorgevoerd worden. Het meest optimaal is met gelijkmatig gas door de bocht. Het is belangrijk de banden in een bocht niet plotseling te belasten. Bij regen of koude is het natuurlijk allemaal nog gevaarlijker.

     

  • Tip 10:
    Belangrijk is ook altijd je snelheid aan te passen waar het minder overzichtelijk is. Dus liever niet in de bossen (wisseling van licht/schaduw), over heuvels en door bochten scheuren zonder dat je weet wat zich daarachter bevindt. Rijd altijd zo, dat je altijd in staat bent te stoppen.

     

  • Tip 11:
    Voor elke rit dien je je motor aan een controle te onderwerpen. Dit heeft echt nut. Soms ben je onderweg en rijdt je motor niet lekker, blijkt dat je te weinig lucht in je banden hebt. Soms kom je er pas tijdens het rijden achter dat er iets aan je motor mankeert. Controleer dus altijd je motor voordat je gaat rijden, controleer elke veertien dagen de luchtdruk, en andere belangrijke onderdelen. Je ketting controleren en smeren is een dagelijkse bezigheid, zeker als je in de regen hebt gereden. Als smering gebruik je white grease. Makkelijk ertussen te spuiten en binnen een kwartier wordt het lekker dik wit vet, dat er moeilijk af gaat.

     

  • Tip 12:
    Kijktechniek: dit is enorm belangrijk! De juiste blik in een bocht, maar ook oogcontact met andere verkeersdeelnemers. Denk maar aan iemand die uit een zijstraat rijdt. Kijk je hem in de ogen, dan kun je aannemen dat hij je gezien heeft. Alles draait om zien en gezien worden.

     

  • Tip 13:
    Domheid van anderen: hier moet je als verkeersdeelnemer altijd rekening mee houden. Iemand overziet een stopbord of rood licht en het slachtoffer is meestal de onschuldige. Wees er nooit van overtuigd dat je bij voorrang ook werkelijk voorrang krijgt, want een motorrijder heeft altijd het nakijken. Voor auto's heb je reserveonderdelen, voor motorrijders niet!

     

  • Tip 14:
    Draag altijd een integraalhelm, die zijn het veiligst. Sommigen zweren bij een jet- of klaphelm, maar deze beschermen je niet voldoende. Voorbeeld: een bekende rijdt met helm omhoog geklapt om twee uur 's nachts van het werk naar huis. In een bocht ligt troep, zijn voorwiel glijdt weg en hij klapt tegen de stoeprand, waarbij hij in zijn gezicht geraakt wordt door het windscherm. Zeventien hechtingen waren het gevolg en dat alles bij 40/50km/h.... Nu rijdt hij met een integraalhelm!
    Of hoe iemand met zijn Gilera Runner 125 SP zijn vriendin wat stuntjes wilde laten zien. Stoppies en wheelies gingen uitstekend, tot de splinternieuwe scooter materiaalzwakte begon te vertonen, en aan het voorwiel plotseling de voorvork brak. De firma was niet aansprakelijk te stellen, omdat de scooter daar eenvoudigweg niet op gebouwd is, maar hij had er geen rekening mee gehouden dat het voorwiel plotseling dwars op de weg stond en hij via een highsider gelanceerd werd. Hij sloeg met zijn gezicht tegen het asfalt, uitgerekend met de kin. Geluk bij een ongeluk was dat hij een integraalhelm droeg. Die zag er naderhand niet zo goed meer uit...

     

  • Tip 15:
    Alle troep die je als motorrijder tegenkomt: soms smijten andere verkeersdeelnemers wat uit het raampje, doen de ruitensproeier aan, of veroorzaken enorme stofwolken, en niet altijd zit je vizier dicht. Zo krijg je vaak wat in je ogen en bent even niet in staat om iets te zien. Zie je zoiets aankomen, dan kun je één oog dichtknijpen, en komt de troep in je andere oog, dan zie je in ieder geval nog iets met het oog dat je dicht had. Klinkt misschien raar, maar in de praktijk heeft dit zijn nut echt bewezen.