Motorfun

Honda Pan European / BMW

 

Stuurtechniek

 

Tegensturen is een eenvoudig aan te leren techniek om bochten op een eenvoudige en soepele manier te nemen. Er zijn overigens veel motorrijders die tegensturend de bocht nemen zonder dat ze zich dat bewust zijn.


De basis waarop deze stuurtechniek rust is eenvoudig en zoals bijna alles met motorrijden:

Actie = reactie. Om eerst een idee te krijgen het volgende voorbeeld: Als je in de auto een bocht naar links maakt, dan heeft je lichaam de neiging om naar rechts te gaan en bij de bocht naar rechts hangt je lichaam naar rechts. Doe je ogen maar eens dicht en visualiseer dit eens. En kom je er niet uit, stap dan in de auto en rijdt een paar bochten naar links en rechts.


Van dit gegeven maken we gebruik bij het tegensturen. Bij het begin van de bocht duw je licht op de stuurhelft aan de binnenzijde van de bocht. Dus bij een bocht naar links duw je tegen de linkerstuurhelft en bij een bocht naar rechts duw je op de rechterstuurhelft. En je zult merken dat je motor keurig reageert door tegen de druk op je stuur in in te sturen naar de kant waarop je tegen het stuur duwt.


Het makkelijkste om te oefenen is het opzoeken van een rustige weg, goed te kijken of er geen tegenliggers zijn of achteropkomers en als dat niet zo is, midden op de weg te gaan rijden. Rijd een rustige snelheid van bijvoorbeeld 50 km per uur en duw beurtelings zachtjes op de linker en rechter stuurhelft. Als je dat een tijdje oefent (blijven opletten op overige weggebruikers) dan zul je al heel snel merken dat het werkt. Bij sport en toermotoren wat makkelijker en bij een chopper ietsje moeilijker (een recht balhoofd is makkelijker om te zetten dan het schuine balhoofd van een chopper). Maar het werkt bij alle typen motoren.


Hoe harder je duwt op het stuur, hoe meer de motor de bocht invalt. Het zou zelf kunnen gebeuren dat je te veel duwt en dat de bocht krapper wordt dan de bedoeling is. Hoe je dat oplost? Niet zoals je misschien denkt door dan de druk te verminderen, maar door gas bij te geven. Want ook hier is actie = reactie. En de reactie van van de actie gasgeven = dat de motor zich opricht en meer rechtdoor wil. En daarmee compenseer je dan de te veel gegeven druk op het binnenstuur.


Natuurlijk kun je dit ook express doen. Je stuurt wat meer in en geeft gas bij om de juiste lijn in de bocht toch vast te houden. Je pakt dus de bocht met wat meer snelheid (vinden de meeste motorrijders niet vervelend) Bijkomend voordeel is dat als je deze techniek beter gaat beheersen, dat je behalve een wat hogere bochtensnelheid je ook nog je veiligheidsmarge groter maakt. Is de bocht scherper dan je dacht, dan weet je dat je alleen maar iets meer tegenstuur hoeft te geven om dit op te lossen. Is de bocht minder scherp dan gedacht en kom je te veel naar binnen is het een kwestie van een beetje gas bijgeven en de motor komt wat meer rechtop en gaat wat meer naar buiten.


Tot nu toe hebben we het alleen gehad over tegensturen en gas bijgeven in de bochten. Voor de standaard bocht in ons vlakke land is dat over het algemeen genoeg. Maar ga je de bergen in en kom je wat scherpere bochten tegen dan kun je ook nog gebruik gaan maken van gewichtsverplaatsing en het belasten van je buitenstepje. (ja, je leest het goed, het BUITENSTEPJE). Gewichtsverplaatsing op de openbare weg is over het algemeen minimaal. Zoals dat gebeurt op de circuits is voor de openbare weg niet gewenst. Maar komt er een mooie doorlopende bocht aan, dan zou je je gewicht een "bilbreedte" kunnen verplaatsen om de bocht nog mooier te maken. Met een bilbreedte wordt bedoeld, dat je bij een een bocht naar rechts met je linkerbil op het zadel zit en dat de rechterbil naast de motor zit en bij een bocht naar links is dat omgekeerd. Een dergelijke gewichtsverplaatsing zorgt ervoor dat je de bochten nog mooier en vloeiender kan maken.


Een veel gemaakte fout is, dat motorrijders in de bocht met hun gewicht het binnenstepje belasten. Als je er logisch over nadenkt, kom je al gauw tot de conclussie, dat dit nooit goed kan zijn. Je duwt als het ware de motor onder je vandaan en dat willen we niet. Bovendien heb je het probleem dat als je lichaamsgewicht op je binnenstepje rust en het stepje de grond raakt, dat je dan "opgetild" kan worden. En dat geeft een behoorlijke evenwichtsverstoring die midden een bocht niet echt leuk is.


Belast je het buitenstepje, dan duw je de motor iets onder je vandaan (meer rechtop). En in tegenstelling met wat vele mensen denken is het zo, dat hoe meer de motor rechtop blijft, hoe harder je bocht door kan. Bovendien gebeurt er niets als je binnenstepje de grond raakt, want er rust dan geen gewicht op dit stepje.


De bovengenoemde stuurtechniek (tegensturen/gewichtsverplaatsing/buitenstepje belasten) wordt het meest gebruikt in doorlopende vloeiende bochten. Maar er zijn natuurlijk ook series korte bochten, vooral in bergachtige gebieden. In die gevallen gebruiken we de techniek van tegensturen + doorkantelen.


Vroeger hebben we vaak verteld dat het tegensturen of doorkantelen was. Maar heel praktisch gezien kun je eigenlijk niet goed doorkantelen als je niet eerst hebt tegengestuurd. Bovendien lopen de technieken in de praktijk vaak door elkaar heen. Je begint een bocht met uitsluitend tegensturen, je komt tot de ontdekking dat hij meer knijpt dan je eerst dacht, of er ligt iets op de weg precies op de lijn die jij had uitgedacht en dan kun je met doorkantelen dat supersnel corrigeren.


En daar is dan meteen het grote voordeel van doorkantelen boven water. Met deze techniek kun je razendsnel iets ontwijken of opeens een stuk scherper insturen.


Wat doe je bij doorkantelen?

Om te beginnen heb je al tegensturend de bocht ingezet. Je hebt je gewicht nog niet verplaatst en ook aan het belasten van de stepjes ben je nog niet echt begonnen. Bij uitsluitend tegensturen hang je met je gewicht mee in de bocht. Bij doorkantelen blijft je lichaam volkomen verticaal en duw je de motor van je af de bocht in. Je komt als het ware iets boven op de je motor te zitten (zie de foto's).


Ook hier geldt weer, dat je deze techniek met een rustige snelheid op een stille weg moet gaan oefenen. Je zul dan merken dat je vooral bij het ontwijken van obstakels, putdeksels, gladde plekken, je met deze techniek goed uit de voeten komt.