Kijktechniek


De grootste fout die vooral beginnende motorrijders maken, is dat ze niet ver genoeg vooruitkijken. Dat heeft evolutionaire gronden (omdat onze zintuigen niet ingesteld zijn op hoge snelheden, gevaar dreigde vroeger altijd uit de nabije omgeving...).
Geroutineerde rijders zijn zich dit feit beter bewust. Meestal kijken zij ver genoeg naar voren. Maar ook zij kunnen in bepaalde situaties (zoals bij een noodstop) de blik dan toch weer net voor de motor richten (of fixeren op een hindernis). Het is heel moeilijk en er is heel veel training voor nodig om het focussen van je blik dicht bij je motor af te leren.

De juiste blik
Er is dus veel oefening voor nodig en je moet jezelf er constant aan herinneren voordat het richten van je blik naar voren een automatisme wordt. Nog veel meer inspanning vergt het om dan ook in lastige situaties de blik naar voren te blijven richten.
Ook - en juist - bij het rijden in bochten is de blik naar voren beslissend voor een goede techniek. Kijk altijd zo ver door de bocht als mogelijk is, de blik richting de bocht, naar de uitgang van de bocht gericht (de blik voortdurend van één punt verder naar het andere punt laten springen). Alleen zo kun je op tijd zien of het verloop van de bocht verandert (de bocht sluit zich), er hindernissen opduiken (langzaam rijdend verkeer...) en of er plotseling gevaren en/of obstakels opdoemen.

Een goede oefening is de volgende. Op een geschikt terrein (lege parkeerplaats) leg je een opgevouwen zakdoek (kan natuurlijk ook een bierviltje of iets anders zijn). Van een afstand van vijftig meter rijd je hier nu langzaam op aan. Doel is over de zakdoek te rijden. Bijna iedereen die dit voor de eerste keer probeert, rijdt echter krap aan de zakdoek voorbij.

Wat is er gebeurd?
Je hebt je op de zakdoek gefixeerd. Terwijl je er dichter naar toe rijdt, je blik erop gefixeerd, verdwijnt de zakdoek voor je voorwiel uit je blikveld (naar gelang je motor vaak al enkele meters ervoor) - en je rijdt er vervolgens vlak aan langs!

Hoe kan dit?
Je fixeert je op de zakdoek en rijdt er langzaam op af. Natuurlijk zijn kleine correcties nodig, omdat bijna niemand grote stukken kaarsrecht kan rijden (bodemoneffenheden, enz.). Het probleem hierbij is, dat je zo gefixeerd bent op de zakdoek, dat normaal gesproken kleine correcties veel te overdreven uitvallen. Hierdoor moet je tegencorrigeren, dat gaat weer te heftig, en ga zo maar door. Zo ga je steeds heftiger slingeren, hoe dichter je bij de zakdoek komt. En uiteindelijk rijd je er dus net aan voorbij.
Ook bij voor het eerst op terrein rijden zie je ditzelfde verschijnsel. Telkens wanneer het 'eng' wordt, beweegt je blik zich net voor je voorwiel. Je wilt namelijk zien in welke diepe richels je rijdt, waar precies die steen ligt waarvoor je uit wilt wijken, en ga zo maar door.

Wat kun je hiertegen doen?
Hiervoor geldt maar één advies: verder vooruit kijken (zoek een punt achter de zakdoek en fixeer je daarop)! Zul je deze tip ter harte nemen, dan verbetert je rijstijl ogenblikkelijk en dat zul je goed merken.

Kijktechniek op kritieke momenten
Het bovenstaande is uitgerekend in kritieke situaties erg belangrijk. Iedereen kent wel iemand die vanwege een steen (of ander plotseling opdoemend obstakel) ten val gekomen is. Misschien heb je het zelf wel meegemaakt. Heel vaak ligt de oorzaak van de val daarin, dat men de regels van de kijktechniek niet volgt. Je bent in dat geval geneigd je te fixeren op de hindernis. Bijna als onder hypnose wordt op de (vaak) kleine steen gestaard en je weet: waar je heenkijkt, rijd je heen! Zo zie je dan wel elk detail van die kleine steen, de grote gaten rechts of links ervan merk je niet op! En zo rijd je niet voorbij aan de hindernis, maar eroverheen of ertegen aan (en hopelijk een hindernis waar je inderdaad met een gerust hart overheen kunt rijden). Hoofd en blik naar voren, zo kun je een obstakel ontwijken.

Ruimtelijk kijken
Bij het rijden is het belangrijk ruimtelijk te kijken. We moeten ons kunnen oriënteren en positioneren in een ruimtelijke leefomgeving. De meeste mensen beheersen de plastische blik op de naaste omgeving goed. Nu moet deze vaardigheid op grotere afstanden toegepast worden, totdat de ruimte rondom je voertuig net zo vertrouwd wordt als de directe omgeving van je eigen lichaam. Daarbij is in principe je motor je tweede huid.

Bij grotere snelheden vergroot het bereik waarin je alles moet kunnen overzien, omdat je ook sneller op dingen moet kunnen reageren. In rijrichting betekent dit een 'ruimtelijke vertrouwdheid' van 300 tot 500 meter van tevoren. Doordat je je omgeving aan het observeren bent, neem je allerlei gedragingen in het verkeer waar en vorm je je steeds opnieuw een beeld van de totale verkeerssituatie.


Dat alles moet je zien! Leer je blik te filteren


Je blik moet daarheen gericht zijn, waar je voertuig zich in de volgende drie seconden zal bevinden. Voor een gefixeerde blik staat maar 1,3 seconde ter beschikking. Kijktechniek is dus een echte motorrijtechniek, die goed geoefend dient te worden.