De Motorhelm



Een motorhelm is een gecompliceerd geheel, vervaardigd uit diverse onderdelen en materialen. Een helm is opgebouwd uit meerdere lagen. Deze zorgen voor een dempende werking. De krachten die bij een val of botsing vrijkomen worden over een groot oppervlak verdeeld en als het ware geabsorbeerd, zodat je schedel niet barst en je hersens niet te veel door elkaar geschud worden. De buitenste laag van een helm is meestal gemaakt van thermoplast zoals polycarbonaat, ABS, lexaat, of van samenstellingen zoals glasvezel, carbon of aramidevezel (duroplasthelm). De prijs is onder andere afhankelijk van het materiaal dat gebruikt wordt.

Soorten helmen
Er zijn twee soorten helmen: duroplasthelmen en thermoplasthelmen.

Duroplasthelmen, ook wel fiberglashelmen genoemd, worden met veel handwerk vervaardigd uit een weefsel van kunstvezels en met speciale kunsthars. Hiervoor worden de speciale kunstvezelmatten in een CNC-gefreesde mal gelegd en met hars bestreken. Een opblaasbare rubberen ballon gaat in de vorm en verdeelt de hars gelijkmatig onder druk en hoge temperatuur over de gehele mal. Duroplasthelmen worden gekenmerkt door hun stabiliteit, hoge slijtvastheid, duurzaamheid en slagvastheid. Met high-tec-vezels als aramide, koolstof, glasvezel of hoogwaardig polyethyleen en mixvormen hiervan (multi-fiber) zijn ze lichter in gewicht en duurzamer dan thermoplasthelmen. Tegenwoordig heb je zelfs integraalhelmen van nog geen één kilo in gewicht (volledig carbon) en helmen van volledig carbon en aramide (Kevlar).

Thermoplast is een kunststof die in een spuitmal gevormd wordt. Hiervoor worden kunststofkorrels verhit en onder hoge druk in een CNC-gefreesde mal van de buitenschaal van een helm geperst. Vervolgens wordt de mal (die uit twee delen bestaat) los gemaakt. Hierbij wordt de 'rand' zichtbaar op de helm, waar de bekende mythe vandaan komt dat een buitenschaal uit twee helften zou bestaan. Dit is dus niet het geval. Bij veel merken worden die randen tegenwoordig weggeschuurd. Thermoplasthelmen zijn herkenbaar door hun relatief lage gewicht, stugheid en slijtvastheid. De bekendste thermoplasten zijn polycarbonaat en ABS.

Opbouw helm
De buitenschaal heeft tot doel een klap op te vangen, de energie over een groter vlak te verdelen en hiermee een deel van de slagenergie te absorberen. De buitenste laag is erg hard, maar zo ontworpen dat deze bij een hevige klap samentrekt. Hierdoor wordt energie die vrijkomt bij de klap afgevoerd, zodat de kracht vermindert die uiteindelijk je hoofd bereikt. De binnenste laag is even belangrijk bij het absorberen van deze energie als de buitenschaal. Deze laag is meestal gemaakt van polystyreen. Deze dichte laag dempt en absorbeert de schok als de helm stopt en je hoofd nog wil bewegen.

De buiten- en binnenlaag trekken beide samen als deze hard geraakt worden, waarbij de krachten van de botsing door het materiaal van de helm gevoerd worden. Hoe meer botsingsenergie geabsorbeerd of afgevoerd wordt, hoe minder van deze energie je hoofd kan beschadigen. Sommige helmlagen laten van elkaar los bij een botsing. Andere breken of scheuren; dit alles met als doel de schok te absorberen. Schade die aan een niet-veerkrachtige laag, zoals de binnenschaal, ontstaat door een botsing is vaak niet zichtbaar met het blote oog. De helm lijkt nog intact, maar heeft weinig absorberende eigenschappen meer en dient te worden vervangen. De perfecte samenwerking tussen de binnen- en buitenschaal zorgt voor de veiligheid van de valhelm. Na een val of klap kan het als gevolg hiervan samengedrukte materiaal plaatselijk zo verdicht zijn, dat er een ruimte tussen de buiten- en de binnenschaal ontstaat. Zelfs geringe krachten, zoals het uit je handen laten vallen van je helm, kunnen al voldoende zijn om je helm onherstelbaar te beschadigen. Een gevallen helm dient dus altijd te worden vervangen.

Het contact tussen de binnenschaal en het hoofd wordt gevormd door de gepolsterde binnenvoering. Meestal bestaat de gepolsterde binnenvoering uit een schuimstof en textielen voeringmateriaal. De gepolsterde binnenvoering met de binnenschaal bepalen samen de pasvorm van een helm. De voering heeft tot taak vocht en vuil af te voeren. Veel producenten nemen als voering het hoogwaardige transpiratie-afvoerende Coolmax.

De kinband tot slot zorgt ervoor dat een helm niet kan afschudden of afvallen bij een ongeval. De band bestaat uit zeer sterk nylonvezel, identiek aan een veiligheidsgordel uit een auto. Er zijn drie verschillende sluitingsystemen voor kinbanden: de dubbele-D-ring-, de snelsluiting en de hendelsluiting.
Een klassieker is de dubbele-D-sluiting (double-D). Deze sluiting is het best beveiligd tegen los schuiven of open schieten, is zeer licht en relatief klein en eenvoudig te bedienen. In de racerij worden door veel coureurs de helmen met dubbele-D-ringsluitingen gedragen. Het meest gebruikt zijn snelsluitingen. Dit vanwege hun hoge betrouwbaarheid en erg gemakkelijke bediening. Hendelsluitingen zijn in de helmschaal ingebouwd. Weinig producenten gebruiken hendelsluitingen. Dit omdat deze vergeleken met andere systemen bij ongevallen eerder open kunnen gaan, eerder op de keel zullen drukken en de productiekosten ervan hoger zijn.

Welke helm kiezen
Bij het kiezen van een helm dien je vijf criteria in acht te nemen, in de juiste volgorde: veiligheid, pasvorm, comfort, functionaliteit en design. Natuurlijk speelt ook vaak de prijs mee en is dit voor klanten meestal het zesde criterium. Toch wordt dit criterium vaak overgewaardeerd of verkeerd ingeschat. Stel je voor dat je een helm van driehonderd euro koopt en hem vijf jaar lang kunt dragen. Dat is driehonderd euro gedeeld door 260 weken, oftewel 1,15 euro per week. Goed geïnvesteerd geld voor je veiligheid!

 

1 = integraalhelm
2 = klaphelm
3 = crosshelm
4 = jethelm

De keuze is echter niet makkelijk. Welke helm bij je past hangt onder andere af van het doel dat je ermee beoogt. De grootste bescherming biedt de zogenaamde integraalhelm. Deze heeft geen apart kinstuk, maar kinstuk en kopstuk vormen één geheel en lopen naadloos in elkaar over. Ook moderne klaphelmen, waarbij het kindeel door een scharnier naar boven geopend kan worden, zijn populair. Ze worden vaak door brildragers gedragen, omdat ze het op- en afzetten van de bril vergemakkelijken. Ook kun je bij een stop zo nu en dan je kindeel openklappen om wat frisse lucht te halen.

Voor een wat frisser hoofd bij sportieve bezigheden zoals off-road is er de crosshelm. Deze wordt in de regel zonder vizier geleverd, waardoor je een bijpassende veiligheidsbril nodig hebt. De grotere afstand van het kingedeelte tot het gezicht laat koele lucht doorwaaien in de helm. Voor langere toeren, vooral op autowegen en snelwegen, is een crosshelm niet de eerste keus.

Minder bescherming biedt een jethelm, die vaak door cruiser-, chopper- en scooterrijders gebruikt wordt. Zelfs wanneer zo'n helm van het vereiste keurmerk voorzien is, biedt deze nog maar beperkte bescherming, omdat je kingedeelte niet afgeschermd wordt. De laatste jaren zijn er nieuwe ontwikkelingen waarbij door een beugel toch nog bescherming geboden wordt.

Veel helmfabrikanten gebruiken voor verschillende helmgrootten buitenschalen van verschillende groottes. Vooral voor kinderen bieden helmen met een kleinere buitenschaal een groot voordeel. Niet alleen door het verminderde gewicht, maar ook voor het ontlasten van de nekspieren en comfort op de langere duur, omdat de binnenvoering niet extreem dik is, waardoor de pasvorm langer behouden blijft.

Wettelijke eisen
Er bestaan nog wel eens misverstanden over wie wel en wie niet een helm moet dragen. Daarom een overzicht: op een snorfiets en brommobiel met gesloten carrosserie hoef je geen helm te dragen. Op een brommer, trike (met uitzondering van een trike met gordels en open brommobiel met gordels) en motor geldt de draagplicht wél, met uitzondering van de BMW C1, want daarvoor geldt een vrijstelling. Op die C1 is het wel verplicht om de veiligheidsgordel te dragen, en dat geldt ook voor mensen in een brommobiel.

Er bestaan verschillende soorten helmen: integraalhelmen, jethelmen en systeemhelmen. Volgens de wet mogen al deze helmtypen gedragen worden, mits ze goedgekeurd zijn volgens de Europese ECE-norm. Dus in principe mag een brommerhelm ook op de motor gedragen worden. Of dit verstandig is, is een punt twee...

Sinds 1990 is in de wet vastgelegd dat een helm goed passend moet zijn en op een deugdelijke wijze dient te worden bevestigd. Dus: een niet te grote en niet te kleine helm, met de kinband goed vast.

Volgens de wet mag een helm dus gedragen worden als deze goedgekeurd is volgens de Europese ECE-norm (Economische Commissie voor Europa). Deze commissie test de helm op verschillende onderdelen. Het ECE-label met de aanduiding ECE 22-05 (de hoogste testnorm) is op de kinband of in de binnenvoering te vinden en biedt de garantie dat de helm testcriteria heeft doorstaan. Begin jaren tachtig, de eerste verplichte keuring, was de norm 22-02, tegenwoordig wordt 22-05 gebruikt. In de 22-05 zijn ook eisen gesteld aan de helderheid en sterkte van het vizier. Dat moet ten minste vijftig procent licht doorlaten, ook al is het getint.
In Duitsland en sommige andere landen kun je aansprakelijk gesteld worden als je tijdens het dragen van een donker, niet gekeurd vizier een ongeluk hebt gehad.
Een ouder model (bijvoorbeeld ECE 22-04) voldoet meestal ook nog wel aan de nieuwe normen. Je kunt hem daarvoor eventueel laten testen bij je dealer. Een helm met een zogeheten TÜV-keuring (Duitsland) voldoet aan nog strengere eisen dan die voor Nederland gelden.

Alle fabrikanten moeten hun helm door onafhankelijke instanties laten testen, zoals het TNO. Naast schokdempings- en vormvastheidstests horen ook tests om te kijken hoe een helm zich gedraagt als hij over de grond schuurt en een test voor de stevigheid van de kinriem tot de verplichte onderdelen.

Dat er veel verschil zit in goedgekeurde helmen, heeft Sharp bewezen. De Safety Helmet Assessment and Rating Programme heeft zesenvijftig van de meest populaire integraalhelmen getest en geclassificeerd. De SHARP-test waardeerde verschillende merken helmen met een score van één tot en met vijf sterren en bewijst dat de onderlinge veiligheid van helmen 70% verschil kan uitmaken.
Jim Fitzpatrick: 'In Engeland zijn in 2006 vijfhonderdnegenennegentig (599) motorrijders om het leven gekomen. Dit betreft één procent van het totale aantal weggebruikers, maar een triest percentage van negentien procent als gevolg van een ongeluk overledenen. Echter, als alle motorrijders de meest veilige helm zouden dragen, kunnen per jaar vijftig levens worden gered. Daarom zijn we gestart met het SHARP-project en we tonen vandaag met trots het resultaat van het onderzoek. Verschillende helmen uit diverse prijsklassen en leveranciers hebben een score behaald van vier en vijf sterren, dus iedereen zou in staat moeten zijn een helm te vinden voor een goede prijs met een hoge score.'
Alle helmen moeten voldoen aan bepaalde minimale veiligheidseisen. Alle informatie en uitslagen van de tests zijn te vinden op de SHARP website.

Vizier of bril?
Het vizier bestaat in de regel uit polycarbonaat en beschermt het gezicht tegen wind en weersinvloeden. Bij de productie van de vizieren worden kunststofkorrels onder druk en grote hitte in een CNC-gefreesde mal gespoten. Deze mallen zijn extreem duur, dit omdat de vlakken van de mal zeer exact bewerkt en gepolijst moeten zijn om zo de noodzakelijke optische kwaliteit te bereiken en het vizier het zicht in geen geval kan beïnvloeden. Alle vizieren van goedgekeurde helmen zijn krasvast, wat hun levensduur vier- tot vijfmaal verlengt.
Een getint vizier is handig als de zon hoog aan de hemel staat. Het heeft echter ook nadelen. Als je plots een tunnel inrijdt of als het schemerig begint te worden dient deze te worden vervangen. Vooral in de herfst kan een getint vizier een nadelige invloed hebben op je zicht. Tegenwoordig is er speciale folie verkrijgbaar die zich aanpast aan de omstandigheden.
Door opticiens wordt een gele (nacht)bril aangeboden. Het zicht zou hierdoor een stuk worden verbeterd. Onze instructeur John Bruins rijdt al jaren met een gele bril in mistige omstandigheden of bij donker weer overdag. Hij heeft er zeer goede ervaringen mee. Het contrast wordt een stuk beter.
Een extra pinlockvizier of fogcity zorgt ervoor dat je vizier niet beslaat. Een druppeltje Dreft even goed uitwrijven werkt ook tegen condens. Dit moet je echter wel vaker herhalen. Let op: een vizier met een anti-condenslaagje kan door een anti-condensmiddel worden aangetast!

Heb je een jet- of crosshelm zonder vizier, dan heb je een motorbril nodig. Let op breuk- en krasvrij glas en een verstelbare band die niet afglijdt. Ook moet de bril geen vervelende drukplekken veroorzaken, let daarom op de afwerking bij de randen.
Er zijn diverse motorbrillen op sterkte verkrijgbaar. Het is echter lastig om een bol, aansluitend montuur te maken met glazen op sterkte, waardoor al naargelang je sterkte (plus of min) je óf dikke glazen, óf dikke randen krijgt. Ook kan het beeld vervormd zijn. Omdat deze glazen een kleinere basiskromming hebben, moeten ze speciaal gemaakt worden en heel nauwkeurig ingeslepen. Tweede probleem: wat doe je als de zon schijnt? Een tweede speciale bril laten maken of juist andersom? Een oplossing voor een bril op sterkte: draag je bril onder goggels. Met een helm met vizier kun je uiteraard gewoon je bril blijven dragen...

Helm passen
Er zijn maataanduidingen voor helmen. Maar al passend zul je er al snel achterkomen dat dit per merk kan verschillen. Bovendien is niet van iedere helm de binnenvorm gelijk, wat ook geldt voor de menselijke schedel. Daarom kun je het beste passen en voelen of een helm goed zit. Neem je motor bij de aanschaf van een motorhelm mee, want een proefritje met de helm van je keuze helpt bij de keuze van aanschaf.
Probeer zo mogelijk veel helmen uit (per merk verschillend) en laat je niet door uiterlijkheden leiden. Heb je een helm met een goede pasvorm gevonden, dan kun je altijd nog naar alternatieve kleuren en designs vragen. Een voordeel hebben binnenvoeringen die uitneembaar, uitwisselbaar en uitwasbaar zijn (Coolmax). Sommige fabrikanten bieden diverse binnenvoeringen van verschillende groottes aan.
Bedenk bij de keus van het design van je helm dat je ook in het donker of bij nevel goed door andere verkeersdeelnemers wilt worden waargenomen. Dat gaat het beste als de helm van opvallende kleuren en reflecterende materialen voorzien is. Ook een witte helm valt goed op.
Zet de helm op zonder de kinband vast te maken en schud een paar keer flink met je hoofd. De helm mag hierbij niet op je hoofd verschuiven. Maak daarna de kinband vast en draai met je hoofd. De kinbanden mogen hierbij hals en nek niet raken. Mocht je twijfelen tussen een iets te ruime en een iets te krappe helm, kies dan voor de laatste. De binnenvoering gaat na verloop van tijd altijd wat 'inslinken' en dan komt de helm vanzelf wat ruimer om je hoofd te zitten. De helm moet echter niet onaangenaam drukken. Sommige fabrikanten leveren losse wangstukken in verschillende maten.

Brildragers moeten erop letten dat er bij de oren voldoende ruimte aanwezig is om probleemloos het brilmontuur in te kunnen passen.
De helm dient voldoende ventilatieopeningen aan kin, voorhoofd en bij het vizier te hebben en ventilatie aan helmboven- en -achterkant. Probeer met handschoenen of je vizier en ventilatiemechanismen probleemloos - ook met één hand - kunt bedienen. Voor je een proefritje maakt, laat je de helm een poosje op je hoofd. Al na enige minuten merk je of de helm op markante plekken (voorhoofd, oren, slaap) plaatselijk drukt of dat de voering kriebel veroorzaakt. Maak een proefritje en let op de volgende punten:

  • is het gezichtsveld (van de vizieropening) groot genoeg?
  • Kun je je hoofd onbelemmerd draaien?
  • Zit de helm vast? Ook bij hogere snelheden mag hij niet omhoog gaan.
  • Heeft je helm goede aerodynamische eigenschappen, ook bij hoge snelheden? Bij langere ritten ontziet dit de nekspieren en halswervels.
  • Ben je met de doorluchting tevreden?
  • Is de lawaaiontwikkeling onder je helm binnen de maat?

Neem de tijd voor de beslissing een helm te kopen, want een helm, daar heb je als het goed is jaren plezier van.

Levensduur helm
Er wordt gezegd dat de levensduur van een helm wordt bepaald door de kwaliteit van de buitenschaal en de mate waarin deze bestand is tegen UV-straling. Duurdere helmen met een glasfiber of kevlar buitenschil zouden hierdoor langer meegaan dan een goedkopere helm met een buitenschil van polycarbonaat. Dit is niet helemaal waar. De werking van een helm is voor een groot deel ook afhankelijk van de vulling. Door inwerking van zweet verliest de vulling een deel van de schokabsorberende eigenschappen. Hierdoor kun je stellen dat iedere helm (hoe duur dan ook) na drie tot vijf jaar aan vervanging toe is. Hoe lang precies, hangt van meerdere factoren af, zoals draagfrequentie, klimatologische omstandigheden (UV-straling, temperatuur, luchtvochtigheid), invloed van zweet en cosmetica, maar ook van het onderhoud. De thermoplasthelm zal wat eerder vervangen moeten worden, de duroplasthelm wat later.
Zoals gezegd bestaat de buitenschaal van een motorhelm uit polycarbonaat (of een andere kunststof) of glasvezel/glasfiber. Het nadeel van polycarbonaat zit in de beperkte houdbaarheid van de helm als gevolg van UV-straling. De buitenschaal wordt door de inwerking van zonnestralen langzaam poreus waardoor de werking van deze schaal grotendeels verloren gaat. Het valt niet precies te zeggen hoelang een polyarbonaathelm meegaat, maar meestal wordt een houdbaarheid van vier jaar aangehouden. Glasvezelhelmen kennen dit nadeel niet. Ook bij deze helmen geldt een maximale houdbaarheid als gevolg van slijtage door de werking van de elementen, maar de levensduur van de buitenkant van deze helmen wordt vaak op acht jaar gesteld. Kijk voor aankoop altijd even of de productiedatum in de helm staat. Deze is meestal in de buurt van het E4-keurmerk te vinden. Overjarige helmen hoeven niet veel slechter te zijn dan nieuwe, maar ze liggen soms al wel een tijdje in de vitrine. Dit geeft natuurlijk een goede reden om wat af te dingen.

Zoals gezegd verliest ook een duurdere helm ondanks de betere ouderdomsbestendigheid van de buitenschaal na verloop van jaren aan dempingskwaliteit van de binnenschaal. Een oudere helm komt losser om je schedel te zitten. Dit is niet alleen nadelig voor de beschermende werking en geluidsdemping, ook worden je nekspieren hierdoor meer dan normaal belast. Je zicht op de buitenwereld wordt minder scherp. Vooral in het donker is dit erg hinderlijk: doordat je vizier constant voor je ogen beweegt, worden lichtpuntjes plots vurige cirkeltjes die alles aan doen om je aandacht van de weg af te leiden. Dit gaat ten koste van je concentratie, waardoor je sneller vermoeid raakt.

Invloed op de levensduur van een helm heeft ook een goede opslag: koel, droog, zonder directe UV-inwerking. De meeste fabrikanten leveren met de helm een transporttas waarin je hem prima kunt opslaan.

Voor elke helm geldt: na een val niet meer gebruiken, ook zonder uiterlijke beschadigingen aan de helmschaal. Door slag- en stootinwerking kan de dempende stropor blijvend vervormen. De materiaalstructuur van buitenschaal en dempingselementen kunnen veranderen, verliezen hun vermogen om energie op te nemen en te verdelen.

Onderweg
Een bivakmuts van zijde of katoen is ideaal om je tegen koude, tocht en stof te beschermen. Bovendien spaart dit de voering van je helm en beschermt het tegen zweet.
Bij langere ritten is gehoorbescherming een must. De reducering van akoestische stress zorgt voor een groter concentratievermogen en op den duur bescherming van het gehoor. Oordopjes, eventueel op maat gemaakt, zijn overal verkrijgbaar. Zorg er echter voor dat je gehoorvermogen niet wordt aangetast, zodat je wel in staat bent ook hogere omgevingsgeluiden op te vangen, waardoor je veiligheid niet in het geding komt.

Reinigen
Hardnekkig vuil en vliegenresten week je het beste met een vochtige doek, waarna je het makkelijk weg kunt vegen. In de vakhandel heb je speciale reinigingsmiddelen die speciaal op de helmschaal en het vizier zijn afgestemd. Voering en kinriem ook schoonhouden. Wangenvoering kun je schoonmaken met een lauwwarm sopje met fijnwasmiddel. Er zijn speciale reinigingsmiddelen in de vakhandel verkrijgbaar.

Niet doen:

  • Je helm achteloos in de hoek gooien. Steek hem liever in de helmzak en bewaar hem droog en donker.
  • Je helm in je motorvrije tijd in een vochtige kelder of garage leggen. Dat zal hij je niet in dank afnemen en verspochten. Is hij toch muf geworden: verfris hem weer met speciale voeringreiniger van de vakhandel.
  • Met geopende kinriem rijden. Niet alleen is dat verboden, maar alleen bij een goed gesloten helm biedt deze voldoende beschermende eigenschappen.
  • Helmtransport aan helmhouder of stuur van de machine. Gebruik een speciaal transportnet.
  • Je helm over een puntig voorwerp, zoals je spiegel hangen. Eén keer kan geen kwaad, maar als je dit vijf jaar lang meermaals per week doet, zal het piepschuim langzamerhand ingedrukt geraken. Bij een ongeval zal de helm op die plaats geen impact meer kunnen absorberen. Je hoofd zal dan alle klappen opvangen.
  • Je helm op je zadel zetten. Een forse windstoot of een duwtje tegen je motorfiets zijn al genoeg om de helm te laten vallen. Meestal botst de helm nog wat verder zodat hij niet alleen binnenin een deuk heeft, maar ook aan de buitenkant vol met krassen zit. Zet je helm gewoon op de grond of hang hem met het kinriempje op aan een knipperlicht of iets dergelijks.
  • Bestickeren, lakken of boren. Lak, stickers en folie zijn van oplosmiddelen voorzien. Niet iedere buitenschaal verdraagt daarom een pimpbeurt. Wil je echt een bijzondere helm, ga dan naar de vakspecialist.
  • Ook veranderingen in de binnenschaal, bijvoorbeeld bij de inbouw van een headset, kunnen de functie beïnvloeden. Vraag je dealer.
  • Met donker vizier bij slechte weersomstandigheden rijden. Getinte vizieren zien er cool uit en bewijzen hun nut bij felle zonneschijn, maar bij nacht of donkere stukken, zoals een tunnel of in het bos, belemmeren ze je zicht. Een helm met geïntegreerd en wendbaar zonnevizier of zonneklep biedt een goed alternatief.

    Bron: IFZ

 

 

Een goede en goed passende helm is van het allergrootste belang voor je veiligheid op de motor. Een onzorgvuldige helmkeuze heeft een grote invloed op het concentratievermogen en beïnvloedt daarmee het prestatievermogen en de veiligheid van de drager ervan.
Helmen zijn voor zo'n veertig procent effectief in het voorkomen van dodelijke ongelukken en voor 67 procent in het voorkomen van hersenletsel.
Je perifere gezichtsveld wordt niet beperkt door het dragen van een helm. Je normale perifere zicht is tussen de 200 en 220 graden; Veiligheidsnormen die gesteld worden aan helmen eisen 210 procent perifeer gezichtsveld. Meer dan 90 procent van de botsingen vinden plaats binnen zo'n 160 graden van het perifere gezichtsveld (de rest zijn botsingen door een achterligger). Het moge duidelijk zijn dat helmen dus niet je perifere gezichtsveld belemmeren of mede bijdragen aan ongelukken.
Met een helm hoor je even goed, of misschien nog wel beter dan zonder. De wind en het geluid van de motor zijn behoorlijk storend als je geen helm draagt. Met een helm op zijn de omgevingsgeluiden rustiger en gelijkmatiger. Een goede helm beschermt tegen koude, wind, zorgt voor ventilatie en goed zicht. Een goed passende helm zorgt voor comfort en een goede concentratie. Heb je een niet goed passende helm, dan neemt je gevoel van onveiligheid toe en kun je je minder goed concentreren. Bij een eventuele val kan een te ruime helm afschuiven of zelfs naar achteren slaan, wat nekletsel kan veroorzaken!

Met de volgende stappen kun je bepalen welke helmgrootte je hebt.

Hoofdomvang in cm Helmgrootte
48-50 XXXS
51-52 XXS
53-54 XS
55-56 S
57-58 M
59-60 L
61-62 XL
63-64 XXL

1. Meten Het is belangrijk eerst de omtrek van je hoofd te meten. Omdat iedereen een andere vorm hoofd heeft, kan de een met dezelfde omtrek een andere maat helm hebben dan een ander. Bovendien kan de helmmaat per merk verschillen. Meet je hoofdomvang op net boven je oren en wenkbrauwen. 

omtrek

 2. Passen 
Als je de omtrek bepaald hebt, kies dan de helm met de maat die daar het dichtst in de buurt zit. Heb je het getal tussen twee maten, kies dan de grootste maat. Pas je helm.
In eerste instantie kun je door je hoofd te schudden al voelen of een helm te groot is. Als de helm beweegt is hij te groot.
Een helm is niet gauw te klein. Lijkt hij in eerste instantie niet te passen, soms krijg je hem toch over je hoofd en blijkt hij later heel lekker te zitten.
Uiteraard mag hij niet pijnlijk drukken. Een helm wordt na verloop van tijd altijd wat ruimer. De meeste mensen kiezen in eerste instantie een te grote helm. Een helm hoort goed om je hoofd te zitten en niet naar achteren te vallen. Een goed passende helm reikt op het voorhoofd tot net boven de wenkbrauwen en loopt door tot het knobbeltje op je achterhoofd (dit is het punt waar de schedel naar binnen wijkt).

3. Horizontale en verticale beweging
Kijk in de spiegel of je helm goed zit. Kijk of de wangstukken in contact met je wangen staan. Drukken ze te veel op je wangen? Kijk voor gaten tussen de bovenkant van het vizier en je voorhoofd. Controleer de achterkant van je helm waar de nekrol (als je helm er een heeft) contact maakt met je nek. Sluit het goed aan? Of drukt het de helm naar de voorkant waardoor je helm over je ogen gedrukt wordt? Zet je handen links en rechts tegen je helm en probeer je helm van de ene naar de andere kant te draaien. Let op de beweging van je huid als je dit doet en de hoeveelheid weerstand of beweging. Houd je hoofd stil als je dit doet. Check vervolgens de beweging van voren naar achteren, ook weer huidbeweging en weerstand controleren. Als je je huid niet voelt bewegen en/of de helm erg makkelijk te draaien valt, is hij te groot. Bij een goed passende helm beweegt de huid van je voorhoofd als de helm beweegt. Het voelt alsof een gelijkmatige druk op je hele hoofd wordt uitgeoefend.

4. 'Afvaltest'
Maak je kinband vast. Deze hoort niet op je strottenhoofd te drukken. Als je hem vasthebt, hoofd stilhouden, over de top van je helm reiken en de onderkant (achter) met je vingers vastpakken. Probeer de helm van je hoofd af te halen. Je mag best stevig trekken. Als je hem - zonder pijn - af krijgt, is hij zonder meer te groot.

5. Drukpunten
Maak je kinband los en doe je helm af. Kijk onmiddellijk nadat je helm af is in de spiegel om verkleuring van je huid op je voorhoofd en wangen te controleren. Is je huid rood op een bepaald plekje, dan kan het zijn dat daar een drukplek zit. Soms voel je drukplekken pas na een aantal minuten of uren. Drukplekken kunnen hoofdpijn veroorzaken maar zijn op z'n minst oncomfortabel. Zie je een drukpek, ga dan na of dat gebied naar aanvoelde toen je je helm op had. Kun je je het niet herinneren, doe dan je helm opnieuw op voor een paar minuten en let dan specifiek op de drukplek(ken). Blijft het onprettig aanvoelen, probeer dan de volgende maat en herhaal stap drie, vier en vijf.

6. Goede pasvorm
Een goede manier om te bepalen of de maat goed is, is gewoon een maat groter en een maat kleiner te passen dan je denkt dat je goede maat is. Of draag de helm een paar minuten in de winkel. Daardoor merk je eerder drukpunten. Voor optimale bescherming hoort een helm goed te zitten en je perifere gezichtsveld niet te belemmeren. Je kinband dient goed vastgemaakt te zijn. Tijdens het rijden hoort je vizier niet te klapperen en je helm niet te 'fluiten'. Het vizier moet makkelijk met handschoenen aan te openen zijn.
Een goede helm voldoet aan de Europees gestelde ECE-veiligheidsnorm (op de kinband of in de binnenvoering).
De beste helmen zijn systeemhelmen en integraalhelmen. Brildragers kunnen het beste een systeemhelm met opklapbaar kindeel dragen. Ook bij toertochten zijn systeemhelmen erg handig, maar bij hogere snelheden veroorzaken ze vaak meer windgeruis.
Let erop dat de werking van de helm ook afhankelijk is van de vulling. Door invloed van zweet e.d. verliest deze na verloop van tijd schokabsorberende capaciteit.
Ook kan UV-straling ervoor zorgen dat de conditie van de valhelm achteruit gaat, vooral bij goedkopere valhelmen van polycarbonaat. Duurdere glasfiber- en kevlarhelmen zijn daar minder gevoelig voor.
Iedere helm zou na zo'n drie tot vijf jaar of na een val vervangen moeten worden. De binnenschaal van de helm kan slechts één keer botsenergie absorberen.
Ook voor bijrijders is een goed passende helm verplicht. Kinderen beneden de 3 à 4 jaar kun je maar beter niet met de motor meenemen. De nekjes zijn dan nog niet genoeg ontwikkeld om een helm te kunnen dragen.