Manoeuvreren met een zware motor

 



Manoeuvreren met een zware motor is wel even wat moeilijker dan met een lichtere motor. Kies de grootte en de stijl van de motor daarom zorgvuldig uit. Wees niet te enthousiast in de eerste twee jaar dat je je motorrijbewijs hebt door een te zware motor aan te schaffen, totdat je voldoende vaardigheden ontwikkeld hebt. Een onervaren motorrijder op een te krachtige zware motor is namelijk vragen om moeilijkheden!
Aan de andere kant, elke motor is zwaar. En bijvoorbeeld een boom van een kerel op een kleine motor heeft een veel hoger zwaartepunt, waardoor hij bij lage snelheden meer moeite zal hebben de motor in balans te houden dan een kleine motorrijder op een zware motor. Een zware motor als een cruiser heeft veel meer stabiliteit op rechte stukken door de grote voorvorkhoek. Hoe kleiner de voorvorkhoek, hoe sneller je motor op jouw input zal reageren. Daarom is het manoeuvreren met een cruiser wat lastiger.

 

Kun je beide voeten (de bal van je voet) aan de grond krijgen en kun je met je been je motor recht duwen wanneer hij bij het stoppen iets gekanteld is, dan ben je in principe in staat je motor onder controle te houden. Zware motoren vereisen nou eenmaal wat meer mankracht. Hieronder daarom wat tips hoe met een zware motor om te gaan.

Rijden met de motor uit
Een motorfiets met stilstaande motor manoeuvreren is een vaardigheid die je onder de knie moet krijgen, denk alleen maar aan het parkeren of de motor rond je huis verplaatsen. Het verschil met een lichte motor is, dat je hiervoor in principe groter en sterker moet zijn. Voor de meeste motorrijders is elke motor zwaarder dan 200 kg zwaar. Als je dan nagaat dat een cruiser zo'n 220 tot 360 kg weegt... Om zo'n motor te verplaatsen heb je veel zelfvertrouwen nodig, zodat je je motor niet de kans geeft uit balans te raken.
Als je motor valt, bedenk dan dat je motor vervangbaar is en maak je uit de voeten. Als je vrij klein van postuur bent, zul je hem toch niet tegen kunnen houden. Natuurlijk moet je altijd proberen te voorkomen dat je motor valt, maar als hij toch valt, zorg dan dat je er niet onder komt.
Voor parkeren is het noodzakelijk achteruit te kunnen rijden, vaak vanaf een helling en grotendeels blindelings als je op de motor zit. Je raakt makkelijk uit balans op een rulle ondergrond. Kijk naar beneden en bereid je voor op wat minder grip. Beide voeten naar beneden als je achteruitrijdt en je motor uitzetten, zodat een lastig moment als in de versnelling schieten de bike niet vooruit gooit. Gebruik de voorrem, maar houd er rekening mee dat je kunt slippen als je te hard gaat. Als je gestopt bent, gebruik dan de eerste versnelling als parkeerrem. Als je bike een betrouwbare standaard heeft die niet zomaar inklapt, en je hebt hem uitgeklapt, ga dan aan de rechterkant staan met de linkerstandaard naar beneden. De standaard vangt de bike op als deze van je wegvalt en je kunt er tegenaan duwen als hij naar je toe valt. Verplaats de bike terwijl je de rechterstuurhelft en de passagiersbeugel (of bagagedrager als die er zit) vasthebt. Zo kun je de voorrem gebruiken indien noodzakelijk. Zitten en pendelen met je voeten werkt in veel gevallen goed, maar op deze manier zie je niet zo goed waar je heengaat. In dit geval de standaard omhoog houden, zodat je voeten er niet onder kunnen komen.

Rijden bij lage snelheid
Langzaam motorrijden is moeilijker dan je denkt, vooral met een zware motor. Veel ongelukjes en motorpech gebeuren bij lage snelheden, wanneer motoren minder stabiel zijn, of stationair draaien. Je kunt gewond raken als je bike boven op je valt, of behoorlijk verbranden als de uitlaatpijp of andere hete delen tegen je aan drukken. Zit je klem onder je motor op de openbare weg, dan word je gemakkelijk aangereden. Bikes met duizenden euro's aan carrosserie kun je simpel afschrijven alleen al door simpel om te vallen in z'n stationair.
We hebben het al eerder gezegd. Het geheim is een combinatie van gas, koppeling en achterrem. De achterrem gebruik je om de voorwaartse snelheid te controleren tegen de trekkracht van de motor, je rijdt met slippende koppeling om voldoende tegenkracht te bieden zodat de motor niet afslaat. Blijf in balans door je bovenlichaam verticaal te houden en indien noodzakelijk de tegenovergestelde kant op te leunen dan de draai die je neemt als de bike gekanteld moet worden om de bocht te nemen. Let wel: tegensturen werkt niet bij zeer lage snelheden! Voel je je ongemakkelijk tijdens een langzame draai, zet dan je bike recht en stop eerst of laat de achterrem los om meer voorwaartse kracht te creƫren. Het gebruik van de voorrem bij een langzame draai vergroot de kans op omvallen. Tijdens al deze handelingen is de hoofdstelregel: hoofd rechtop en kijken waar je heen wilt.

U-bochten op smalle wegen
Voordat je een U-bocht maakt, eerst kijken of de weg in beide richtingen vrij is. De breedte van de weg en het vermogen van je motor om een complete draai te maken binnen de beschikbare ruimte moet je goed inschatten. Bikes met een lange wielbasis hebben meer ruimte nodig bij het draaien. Ook de grootte van de stuurhoek varieert - sportmodellen neigen naar een meer beperktere stuurhoek die voorkomt dat het stuur tegen de tank komt. Je kunt de grootte van je stuurhoek op een veilige plek uittesten zodat je een beter idee hebt van de draairadius. U-bochten op steile hellingen zijn lastig, maar goed te doen mits je de juiste techniek gebruikt. Een kwestie van hellingshoek en lichaamspositie aanpassen. Maak je een bocht terwijl je naar beneden een helling afrijdt, dan is dat makkelijker dan wanneer je de helling op rijdt, omdat de grond aan de binnenkant van de bocht dichter bij je voet zit mocht je deze plotseling neer moeten zetten ter ondersteuning.
Geef genoeg gas zodat je constante power hebt. Rijd langzaam, evt. met slippende koppeling, en je snelheid controlerend met je achterrem. Vind je balans voordat de bocht begint.

  • Kijk eerst naar alle kanten of er geen verkeer aankomt.
  • Laat langzaam het gas iets los (niet gelijk helemaal), en regel de snelheid met je achterrem.
  • Leun iets weg van de draai zodat de motor niet in de bocht valt.
  • Gedurende alle handelingen hoofd omhoog en kijken waar je heen wilt.
  • Stop wanneer je aan de andere kant gekomen bent, in dezelfde positie als waarin je begonnen bent. Kijk naar voren en achteren voor eventueel verkeer en rijd weg.
    Heb je je draaicapaciteit verkeerd ingeschat, dan neem je de U-bocht gewoon in twee keer. Draai zoveel mogelijk, van de uiterste rechterkant van je rijstrook naar de middenstreep. Stop en rijd in de tegengestelde richting achteruit, dan weer naar voren om de bocht af te maken. Het is in dit geval beter je gevarenlichten aan te doen dan je gewone lichten, die zijn namelijk niet van alle kanten te zien.

     

     

    Hellingshoek
    Wees op de hoogte van de maximale veilige hellingshoek van je motor, vooral op een cruiser. Een beetje slepen van de onderkant is meestal niet gevaarlijk, als het je vermogen om de motor weer rechtop te zetten daardoor maar niet beperkt.