Rijden in de bergen

 


 

Algemene bergtips
Het rijden in de bergen is niet zo moeilijk als je een paar standaard regels in gedachten houdt. Bijna iedere berg of pas kan met de motor bereden worden. Het voordeel van motorrijden is, dat doordat je hoog op je motor zit, je het verkeer goed kunt overzien.

Drie geboden voor het rijden in de bergen:
Eerste gebod: geen angst voor krappe bochten, steile passen en moeilijke passages. Wie een bepaald gedeelte niet vertrouwt, zou dat ook niet moeten rijden. Velen hebben de lol er voorgoed af wanneer ze een keer onderuitgegaan zijn.
Tweede gebod: altijd ontspannen rijden. Zodra je nerveus of gespannen bent, een pauze inlasten en lekker naar andere motorrijders gaan zitten kijken...
Derde gebod: valse trots is in de bergen - en natuurlijk algemeen bij het motorrijden - uit den boze. Er zijn altijd mensen die de rit vaker gereden hebben, die meer risico's nemen of echt beter rijden dan jij

Je uitrusting
Neem altijd een reparatiesetje mee. Als je weet welke sleutel waar gebruikt wordt is dat wel zo handig. Leren broek, leren jas, regenpak, bril en handschoenen en een reserveshirt natuurlijk. Belangrijk is warme kleding, want in de bergen wil het weer nog wel eens omslaan. Verdeel je bagage gelijkmatig over je motor om het zwaartepunt zo min mogelijk te beïnvloeden. Levensmiddelen zijn vaak niet nodig, in de bergen vind je bijna op elke pas wel ergens een restaurant of eettent.
Noodset: zekeringen - reservelampen
Controle: banden - verlichting - remschijven - remvloeistof

Afdalen
Het afdalen van een berg is een heel ander verhaal dan het bestijgen ervan. Houd er vooral rekening mee dat je remschijven 800 graden heet en roodgloeiend worden als je op de foute manier de berg afdaalt, waardoor je remwerking zo goed als nihil is.

Hierdoor ontstaat een fatale kettingreactie:

  • de hitte straalt uit naar je remcilinder
  • het water in je remvloeistof verdampt
  • de druk op de rem drukt de ontstane neveldamp samen
  • de remweg wordt langer en langer
  • Laat daarom minimaal elke twee jaar je remvloeistof vervangen. Hoe ouder je vloeistof, hoe meer water deze bevat en hoe lager het kookpunt.
    Bergafwaarts gas terugnemen, zo neemt de motor het grootste gedeelte voor z'n rekening.
    Niet met de koppeling remmen! Sommige motorrijders rijden langzaam, maar gebruiken in de tussentijd de koppeling om weer wat snelheid te winnen. Dat is gevaarlijk, omdat bij het inkoppelen de koppelingsplaten kunnen exploderen.

    Op je remmen de berg afgegaan? Geen remwerking meer? Zo kun je de catastrofe hopelijk afweren:

    • Meerdere malen snel 'napompen'. Dat verkleint de nevelblaasjes. Belangrijk: erop blijven staan, altijd de druk bewaren!
    • Als dat niet helpt: desnoods met alle geweld proberen je motor langzamer te laten rijden. Laatste uitvlucht: een zijweggetje pakken, of als het echt niet anders kan langs een muur (bergwand), hek of planken omheining schampen. Je motor kan gerepareerd worden, je leven is heel wat meer waard!


  • Kijktechniek
    Het belangrijkste bij het motorrijden is je kijktechniek. Dat geldt uiteraard ook voor bergwegen. Hoe krapper de bochten, hoe meer je je hoofd moet draaien om goed te kunnen zien. Ver vooruitkijken is net als op het vlakkeland belangrijk, niet uitsluitend vlak voor je motor kijken. Van tevoren kun je op bergwegen vaak niet helemaal door de bocht zien of er zich obstakels bevinden. Kijk daarom eerst vlug naar de apex van de bocht, vervolgens kijk je verder de bocht door. De motor gaat waar je heenkijkt (uiteraard zijn er ook uitzonderingen). Bij het nemen van een bocht, of je nu bergop- of -afwaarts gaat, altijd zoveel mogelijk naar de uitgang van de bocht kijken.
    Begin bij een hele krappe bocht nooit aan de andere kant van de weg, omdat je niet kunt zien of een tegenligger vlakbij is.
    Bij haarspeldbochten kun je vaak al van tevoren zien of er tegenliggers aankomen door naar boven of naar beneden te kijken. Vertrouw hier echter niet volledig op, omdat altijd de kans bestaat dat verkeer aan je zicht onttrokken wordt.
    Schaduwen van overhangende bomen, tunnels en verschillen in hoogte kunnen je zicht in de bergen behoorlijk inperken. Houd je vizier en/of windscherm daarom altijd goed schoon.

     

  • Fluwelen handje
    Natuurlijk is het cool met vol geweld een bergpas op te rijden, maar niet verstandig. Elke extra gasinbreng of remmanoeuvre verstoort de soepele gang van zaken, zeker bij het rijden in de bergen. Vloeiend rijden en niet te abrupte bewegingen zorgen ervoor dat je de absolute controle over je motor behoudt. Ontspan je zoveel mogelijk en zorg ervoor dat je niet verkrampt aan je stuur.

     

  • Juiste tempo
    In principe kun je met elke motor een bergpas bedwingen. Als de bocht erg krap wordt, moet je je soms aanpassen. Soms kan het noodzakelijk zijn met behulp van je koppeling te rijden of om wisselreacties bij hellingshoek te vermijden met behulp van achterrem en iets gas de bocht te nemen, zodat je voldoende trekkracht behoudt. Zorg dat je altijd iets over hebt. Kijk uit bij het nemen van een bocht. Je stepjes zitten door de hoogteverschillen al gauw aan de grond. Druk de motor niet onder je uit, maar leun mee met je motor in een bocht en geef voldoende gas. Valt je motor toch stil, absoluut niet de koppeling inknijpen, maar de motor gewoon af laten slaan, zodat je niet met dezelfde gang weer achteruit getrokken wordt. Tegensturen blijkt een prima hulpmiddel te zijn bij het nemen van bochten, juist in de bergen! In combinatie met doorkantelen is het dé manier om bochten te nemen in de bergen.

     

  • Fouten van anderen
    Natuurlijk zien we altijd de fouten van anderen het eerst. Om met die fouten te kunnen leven houd je voldoende afstand en voldoende reserve. Met eigen overzicht en kunnen en eigen reserves zijn we in staat de fouten van anderen te compenseren.

     

  • Hans Kijk in de Lucht
    Het rijden in de bergen is een fantastische ervaring, de bergen zijn prachtig, de bossen, de Alpenpassen. Alleen bij het motorrijden moeten we ons ook daadwerkelijk concentreren op ons rijgedrag, van het mooie uitzicht genieten we bij een stop. Eén seconde je blik van de weg af laten dwalen kan er al één al te veel zijn...
    En als je plotseling een schitterend panorama tegenkomt, niet plotseling stil blijven staan zonder in de spiegel te kijken!
    Heb je last van hoogtevrees, kijk dan niet in de diepte, maar houd je aandacht gericht op de weg voor je.

     

  • De weg is er om op te rijden
    Als de weg breed genoeg is zonder tegenverkeer, benut dan de volledige ruimte van de weg. Kijk wel uit, want in het midden ligt vaak wat zand of bitumenrichels. Ook benzine- en oliesporen vind je overal. Bij de geringste twijfel of het echt veilig is gewoon wat meer rechts blijven rijden.
    De verleiding is groot om lekker de bocht af te snijden in de bergen, maar kijk uit. De bochten in de bergen zijn vaak erg onoverzichtelijk, dus houd rekening met eventueel tegemoetkomend verkeer. Haarspeldbochten zet je in principe in vanuit helemaal rechts of helemaal links. Door uiterst links te rijden heb je een uitstekend zicht en zie je tegenliggers goed op tijd.
    Blijf ook koste wat kost op het asfalt. Kom je in de berm, dan zul je snel de controle over je motor verliezen, ongeacht de snelheid die je hebt. De gevolgen hiervan kunnen in de bergen catastrofaal zijn...

     

  • Trage rijders
    Dat iemand voor je maar niet op wil schieten, kan verschillende oorzaken hebben: of hij kan niet sneller, of hij wil niet sneller, of er is iets dat hem hindert sneller te rijden. Beslis je om je voorganger in te halen, haal dan zo snel mogelijk in, zodat je je zo kort mogelijk in de gevarenzone van het inhalen bevindt.

     

  • Slipgevaar
    Koeienvlaaien, watersporen, zand en kiezels, benzine- en oliesporen, richels in de weg, van alles vind je op bergwegen. Natuurlijk rijd je hier - als je er al over moet rijden - met de grootst mogelijke voorzichtigheid overheen. Bij langs lopende bitumenrichels en benzine- en oliesporen indien mogelijk in een rechte hoek en soms is het verstandig ook de koppeling te gebruiken om je achterwiel te ontzien.

     

  • Zonneschijn en regen
    Het ene ogenblik straalt de zon aan de hemel, na de volgende bocht kan het alweer regenen of word je overvallen door een mistbank. Drie bochten verder schijnt misschien wel weer de zon. In het hooggebergte komt het vaak genoeg voor en het hoort er gewoon bij. Een regenpak is een must. Bij onweer in het hooggebergte: zo snel mogelijk weg van de top en uitstekende gedeelten. Misschien bevindt zich ergens een leuk restaurantje in de buurt? Tijd voor een pauze...

     

  • Remmen
    Zo nu en dan is het noodzakelijk te remmen. Liever enkele keren wat steviger remmen dan de hele tijd te weinig. Vooral bij het afdalen veroorzaak je hierdoor dat je remmen oververhit raken. Hierdoor verbranden je remmen. Eerst gaan je remblokken roken. Dat hoef je niet te merken, maar het stinkt en degene achter je merkt dat echt wel! Vervolgens zullen de blokken verglazen. Dan remmen ze niet meer, want ze worden spekglad. Ook kan je remschijf kromtrekken. De hele boel kan daardoor vastslaan. Probeer daarom in de bergen zoveel mogelijk op je motor te remmen, dat wil zeggen, terugschakelen, totdat je stationair draaiend, of met een beetje gas, een lekker tempo hebt. Uiteraard niet in te lage toeren, dan moet je weer gas bij geven, waardoor dus je remmen oververhit raken. Is het te steil, dan moet je af en toe de snelheid eruit remmen - met je voorrem.
    Bergafwaarts is de remweg langer - zo tussen de 15 en 20 procent! Dat betekent bij ca. 100 km/h tussen de 7 en 10 meter langer dan op de vlakke weg! Afstand bewaren dus!

     

  • Rijtechniek
    Veel mensen zeggen dat een bocht met een zo groot mogelijke radius gereden zou moeten worden, zodat bij de gegeven hellingshoek ook de hoogste snelheid of de kleinste hellingshoek gereden kan worden (plaatje, rood, lijn).
    Bekijk je het wat nader: de apex van het gekozen punt is exact in het midden van de bocht, we benutten zowel voor de bocht als na de bocht de volle breedte van de weg. Nadat we het goed kennen en er meer ervaring mee hebben dat we al zeer vroeg in de bocht leunen, zien we wat er gebeurt: tot de apex van de bocht praktisch niks. Maar dan, in het tweede gedeelte van de bocht, hebben we plotseling meer ruimte nodig. We komen als we niet vlug snelheid minderen, aan het eind van de bocht over de rand van de weg uit (op de andere helft van de weg). Dus alleen heel iets te vroeg kantelen brengt ons echt in gevaar (plaatje, rode stippellijn).
    Proberen we het andersom: we rijden zeer snel op de bocht toe en remmen dus wat langer en komen duidelijk over het ideale kantelpunt te zitten. Pas als we de bocht door kunnen kijken kantelen we in (we konden sowieso langer remmen, zijn dus niet zo snel), verschuiven onze apex richting uitgang van de bocht en rijden met veel meer reserve (afstand) tot de rand van de rijstrook (tegenliggers) - gestreepte groene lijn. We kunnen door de geringe bochtradius ook sterker vertragen.
    Met deze lijn zal een bergrijder het veiligst rijden - door de reserves die hij hierdoor opbouwt kan hij zelfs bij krappe weggetjes nog voldoende afstand kunnen houden tot het tegenverkeer, de hellingshoek is groter en daardoor het slipgevaar kleiner. Hierbij komt de kijktechniek weer sterk om de hoek kijken; bij het kantelpunt is de apex van de bocht (waar je heenkijkt) ongeveer 90° rechts van de motorrijder - soepele nekspieren zijn dus zeer belangrijk! Daarenboven, een rijder met deze lijn is in staat al veel eerder en veel verder te kijken - en kan daardoor eerder op eventuele gevaren reageren. Kijk bij het nemen van een linkerbocht goed uit dat je hoofd niet op de andere weghelft komt bij het kantelen, waardoor je geschept kunt worden door een tegenligger.

Samengevat: begin altijd aan de buitenkant van de bocht: bij een linkerbocht dus helemaal rechts; bij een rechterbocht zo ver mogelijk naar links. Langzaam de bocht in, snel er weer uit.