Zithouding

 

De basis voor goed rijgedrag is je zithouding. Ook al zie je op het circuit soms coureurs bijna naast hun motor hangen bij het nemen van een bocht, hun knieën aan de grond, dit is toch niet de optimale lichaamshouding voor het rijden op de gewone weg. Op deze foto is trouwens duidelijk te zien dat het lichaam en gewicht van deze motorcoureurs in een relatief rechte lijn met het midden van hun motor staan.

Recht op je motor zitten staat natuurlijk niet zo cool, maar het zorgt wel voor het benodigde zelfvertrouwen, minder vermoeidheid en controle in tal van situaties.


In de meeste bochten is de juiste lichaamshouding op het midden van je zadel, meeleunend met je motor, zodat je hoofd naar de binnenkant van de middenlijn gericht is (zie foto). (Let wel: houd goed rechts en voldoende afstand tussen jou en het tegemoetkomend verkeer. Door het leunen in de bocht heb je meer ruimte nodig en is de kans groter dat je per ongeluk met je hoofd op de andere weghelft komt, wat voor levensgevaarlijke situaties zorgt!)
Je hoofd gericht naar de horizon zorgt ervoor dat je hersenen niet in de war raken door de diverse signalen die ze te verwerken krijgen, zowel visueel als gevoelsmatig (balans). Door doelfixatie zal de hoeveelheid ruimte die je in werkelijkheid hebt in gedachten sterk verminderen. Doelfixatie kan ook ontstaan door te veel aandacht naar degene die voorop rijdt. Aangezien ieder genomen besluit wordt bepaald door de ruimte die jij denkt te hebben, kunnen de gevolgen hiervan catastrofaal zijn. Een verkeerd gezichtsveld heeft invloed op je gewaarwording, kan leiden tot verkeerde besluitvorming, te weinig tijd en een volledig uit de hand gelopen overlevingsreflex. Het is belangrijk dat terwijl je vooruitkijkt je je bewust bent van de dingen om je heen. Altijd ver vooruit blijven kijken dus!


Romp en armen volgen de bewegingen van het stuur en van de machine. Daarom is het belangrijk armen en polsen licht gebogen te houden. Je elleboog op slot en het gewicht van je bovenlichaam op die arm om tegen te sturen is een algemeen gebruikelijke em luie slechte gewoonte. Daardoor kun je niet kleine stuurcorrecties uitvoeren en het beperkt je in de controle over je motor; ook elke oneffenheid in de weg zal je bovenlichaam uit balans brengen en die beweging wordt direct via je verkrampte arm naar je stuur doorgegeven, waardoor het stuurgedrag negatief beïnvloed wordt. Bedenk wel dat je handvatten meer bedoeld zijn om te sturen dan om je eraan vast te houden. Met een geforceerd lichaam schudden hoofd en helm zo dat daardoor je zicht vertroebeld kan raken. Het is belangrijk volkomen ontspannen op je motor te zitten. Heb je het gevoel dat je lichaam één is met je machine, dan zal je lichaam meer ontvankelijk zijn voor goede rijtechnieken en machinebeheersing.


De centrale zithouding zorgt ervoor dat je buitenste knie in de juiste positie staat (45°) en helpt je je gewicht goed te verdelen. Probeer zo ver mogelijk tegen je gastank aan te gaan zitten. Het is in bepaalde situaties makkelijker je lichaam iets meer naar achteren dan naar voren te verplaatsen. Gebruik de krachten van accelereren en remmen om je in de juiste positie te zetten.
Als je motor lage clip-ons heeft, is er behoorlijke kniedruk voor nodig om de druk op je armen te verlichten; probeer eens wat variaties totdat het comfortabel aanvoelt. Zo weinig mogelijk gewicht op je armen maakt het veel makkelijker kleine stuurcorrecties uit te voeren. Bovendien zullen schokken je motor minder uit balans brengen omdat je gewicht minder invloed uitoefent op je stuurgedrag.
Zo kun je ook experimenteren met de positie van je voet om te kijken wat voor jou het prettigst is; het beste is je tenen op de voetstepjes zodat je geen dingen op het wegdek raakt. Als je je achterrem veel gebruikt je voet zo ver mogelijk krom naar achteren. Door je voetsteunen te gebruiken kun je je lichaam als het ware lichter maken tijdens lichaamsverplaatsing. Hierdoor wordt overmatig gebruik van de stuurhelften als steunpunt tot een minimum beperkt en wordt de kans op een te snel vermoeid lichaam verminderd.

Soms zijn er situaties waarbij het hangen naast je motor het manoeuvreren of de grip vergroot. Bijvoorbeeld op natte of glibberige oppervlakken, door je lichaam dan naar de binnenkant van de bocht te draaien kun je je motor rechter op laten waardoor je meer grip hebt. En tijdens vlug tegensturen, als je een obstakel op de weg wilt ontwijken, kun je je lichaam rechtop houden waardoor je minder massa van de ene naar de andere kant hoeft te verplaatsen. Ga je een heuvel op, dan zal je vanwege de achterwaartse gewichtsverschuiving meer naar voren gaan zitten. Ga je de heuvel af, dan kun je beter meer naar achteren gaan zitten vanwege vorkcompressie, gewichtsverschuiving en zwaartekracht. Als je met een hogere snelheid over drempels rijdt, ga dan op de voetsteunen staan, met je billen van het zadel. De motorfiets vangt dan de schokken op en niet je (onder)rug.

Je zithouding heeft een behoorlijke invloed op het gedrag van je motor en het is de moeite waard om diverse technieken uit te proberen om uit te vinden welke zithouding jou het meeste zelfvertrouwen en comfort geeft.

Een juiste zithouding:

  • Hoofd naar voren gericht, kijk waar je heen wilt.
  • Zorg ervoor dat je zo zit dat je je handles met je armen licht gebogen kan bedienen. Daardoor kun je je motor draaien zonder je armen te hoeven te strekken. Bovenlichaam ontspannen, schouders en ellebogen licht gebogen.
  • Houd je handvatten goed vast zodat je de grip niet verliest als je motor begint te stuiteren als je iets raakt.
  • Polsen naar beneden. Daardoor wordt te veel gasgeven voorkomen, vooral als je plotseling je voorrem in moet knijpen.
  • Knieën goed tegen de benzinetank. Zo blijf je in een bocht in balans.
  • Voeten goed op de voetsteunen. Daardoor blijf je in balans. Tenen nooit naar beneden gericht. Je kunt gewond raken of de controle verliezen als je voet iets op de weg raakt.
  • Altijd voeten bij de pedalen. Je moet de koppeling en rem snel kunnen bedienen als het nodig is. Tenen omhoog, zodat ze niet tussen de weg en voetsteun vast komen te zitten.
  • Ga een stukje gebogen op de motor zitten anders krijg je last van je wervels. Lichaam niet te krom. Daardoor hoeven je armen alleen maar te sturen in plaats van je lichaam te ondersteunen.