Obstakels in de bocht

 

Het rijden van een bocht is het mooiste dat er is. Van tevoren heb je meestal al vastgesteld welke lijn je wilt gaan rijden. Toch moet je deze lijn bijna altijd aanpassen bij het nemen van de bocht. Om een bocht veilig te nemen, kun je geen plotselinge drastische wijzigingen in je lijn aanbrengen of je verliest de controle over je motor en je gaat onderuit. Om dat te voorkomen, moet je weten wat je te wachten staat.

Hoe je een bocht neemt, wordt bepaald door datgene dat je kunt zien zodra je de bocht nadert. Ook al heb je een bocht honderd keer gereden, je kunt hem pas nemen als je van tevoren het oppervlak van de bocht hebt afgescand. Het is belangrijk dat je drie tot vijf seconden van tevoren scant voor het nemen van een bocht. Ook al heb je een paar minuten geleden nog dezelfde bocht gereden, de situatie kan maar zo veranderd zijn. Er kan zomaar een auto stilstaan net na de bocht of er kunnen zich zaken als olie, water, zand, takken en dergelijke op het wegdek bevinden die er voorheen niet lagen. Dus voordat je je erop toelegt de bocht te nemen, is het belangrijk het oppervlak goed te observeren en evalueren.

Vaak kun je niet de hele bocht overzien. Bomen en andere zaken, zoals rotspartijen, langs de kant van de weg kunnen je zicht blokkeren. Soms wordt je zicht gehinderd door de laagstaande zon. Ook kan de zon hinderlijke schaduwen op het wegdek werpen waardoor je op het allerlaatste moment af moet remmen voor zand of ander vuil dat zich op het wegdek bevindt, dat je van tevoren niet kon zien. Het gedeelte van het wegdek dat zich juist in de schaduw bevindt, droogt vaak slecht op, wat ook weer moeilijk te zien is. Pas je snelheid aan. Soms is het beter de bocht wijd te nemen om hem beter te kunnen overzien. Kijk in dat geval wel uit bij het nemen van een rechterbocht. Tegemoetkomend verkeer wil nog wel eens de middenlijn afsnijden om de bocht sneller te kunnen nemen. Rijd je bij het nemen van een linkerbocht te veel naar de middenlijn en komt er iemand uit tegenovergestelde richting, dan kun je doordat je motor naar links gekanteld is makkelijk met je hoofd in aanraking komen met dit voertuig. Een levensgevaarlijke situatie!
Vaak zul je je motor rechtzetten voordat je over iets glibberigs rijdt. Ligt er echter veel vuil in een bocht, dan kun je door het rechtzetten van je motor makkelijk over de middenstreep raken. Doe dit dan dus niet, maar pas in dit geval je snelheid aan. Scan voortdurend het oppervlak in de bocht af, heen en terug, tot vlak voor je motor. Kijk zover als mogelijk is, en bij het naderen is het verstandig nog een keer de weg af te scannen. Je blikt dient voortdurend naar de uitgang van de bocht gericht te zijn.

Elke hindernis in een bocht vereist een daarop aangepaste tactiek. Heb je je snelheid aangepast, dan zul je in de meeste gevallen voldoende grip hebben om iets te ontwijken, zelfs te remmen, ook al is de motor gekanteld. Zelfs al zul je van de weg raken, als je je snelheid voldoende gereduceerd hebt, zal dit in de meeste gevallen goed aflopen.
Bevindt er zich een obstakel in het midden van de bocht, rijd er dan omheen. In de meeste gevallen is het het beste aan de binnenkant van het obstakel eromheen te rijden. Ga je er aan de buitenkant omheen, dan ben je zo dicht bij de rand van de weg dat er geen ruimte is om je motor recht te zetten en op de weg te blijven mocht de uitwijkmanoeuvre mislukken.
Soms is je snelheid zo hoog dat je door aan de binnenkant te ontwijken in de baan van het tegemoetkomend verkeer terecht dreigt te komen. In dat geval zul je bovendien moeten remmen*. Daarvoor dien je eerst altijd je motor rechtop te zetten.
Om doelfixatie te vermijden richt je je aandacht op waar je heen wilt. Bij vuil of steenslag is het bandenspoor van een auto meestal het schoonste gedeelte om te rijden.
Nooit remmen en uitwijken tegelijk. Dit vermindert de grip. Uitwijken en remmen gaan zo snel, dat je soms niet helemaal recht meer op je motor zult zitten. Raak niet in paniek, beweeg de motor onder je en rem gecontroleerd en stevig. Als je voorrem blokkeert en je gaat slingeren, onmiddellijk loslaten en weer indrukken. Constant je ogen naar het gedeelte van de weg waar je heen wilt, de ontsnappingsroute, want waar je heenkijkt ga je heen! Zo rijd je niet op het obstakel en raak je niet van de weg. Zo gauw je je snelheid voldoende geminderd hebt om de bocht te kunnen nemen, remmen loslaten en de ingeslagen weg voortzetten, eventueel opnieuw tegensturen om je motor op hellingshoek te krijgen.

* Veel motorrijders weten niet dat door te remmen in een bocht je motor zich automatisch opricht. Daardoor verlaat je de gekozen koers. Als gevolg daar weer van gaan de meesten in een impuls sterker remmen, met paniekerige stuurbewegingen, wat meestal resulteert in een crash of een highside. Gaat het wel goed, dan verlies je hiermee kostbare tijd. Het is zelfs zo, dat als je radius in een bocht te groot is, je beter (gecontroleerd!) gas kunt geven om deze te verkleinen dan remmen!

Eigenlijk geldt voor elke bocht, ook al is hij overzichtelijk, volgens een oud gezegde: als een oude man de bocht in en als een jonge god de bocht uit. Word je dan eventueel verrast door obstakels: geen gas geven; zo heb je genoeg over om eventueel te remmen/uit te wijken.