Tunnelvrees

 

Het aantal tunnels stijgt. Niet alleen landen als Duitsland, Zwitserland, Italië en Noorwegen, maar ook Nederland kent behoorlijk wat tunnels. Er zijn veel mensen die last hebben van een beklemmend gevoel bij het rijden in een tunnel. Dat kan variëren van angst voor onverwachte situaties tot echte claustrofobie. Daarom een aantal tips voor het rijden in tunnels.

Het rijden in tunnels kan zorgen voor onzekerheid en angst. Deze angst komt gedeeltelijk door de dreiging om vast te komen te zitten in de tunnel als gevolg van ongelukken of calamiteiten, of de angst om iets te raken - de wand van de tunnel, andere voertuigen of een object - en de angst om niet te kunnen ontsnappen in geval van brand of het instorten van de tunnel. Daarom worden tunnels onder water als meest gevaarlijk beschouwd. Hoe langer de tunnel, hoe angstiger mensen worden. Dit omdat men in dat geval langere tijd aan die ogenschijnlijk gevaarlijke situatie wordt blootgesteld.
Procentueel stijgt het aantal ongelukken in de buurt van een tunnel. Dit komt omdat de doorstroming in het gedrang komt, omdat elke verkeersdeelnemer anders op een tunnel reageert. Bij het inrijden van een tunnel moeten je ogen zich aanpassen aan het verminderde licht. Dit is vooral het geval bij langere tunnels, waar geen licht van de uitgang van de tunnel aan het andere eind naar binnen valt. Ook de schittering die zich voordoet bij het inrijden van een tunnel, en dan vooral in warmere streken waar de zon strak aan de hemel staat, kan ervoor zorgen dat je door het contrast bij het binnenrijden van de tunnel tijdelijk verblind wordt. Doordat je ogen zich aan moeten passen, kun je je onzeker voelen, wat invloed heeft op je rijgedrag en waardoor de verkeersveiligheid in gevaar kan komen.
Veel weggebruikers schrikken wanneer ze een tunnel inrijden en remmen als gevolg daarvan af. Door een daling in het wegdek rijden ze vervolgens tot het midden van de tunnel flink hard door. De inhaalmanoeuvres in tunnels zijn vaak gevaarlijk, automobilisten houden onvoldoende afstand en velen rijden zonder verlichting de tunnel in. Dit is het standaardgedrag, dat we bijna allemaal vertonen als zich geen problemen in de tunnel voordoen. Optische illusies doen zich vaak voor bij het inrijden van een tunnel, dit onder meer als gevolg van de lichtverandering. Ook in de tunnel kunnen zich optische illusies voordoen. Doordat bijvoorbeeld de bovenkant (het plafond) van de tunnel lager wordt in hoogte kun je denken dat de weg smaller wordt of stijgt. Hetzelfde krijg je met bepaalde lichteffecten. Door het dicht op elkaar plaatsen van veel lichtjes aan de zijkant van de tunnel krijg je het gevoel of je hard rijdt (Schipholtunnel).
Vanwege technische en financiële beperkingen is het licht in een tunnel vaak beperkt, wat het gevoel van claustrofobie versterkt. Dit is vooral het geval als de weg waar je op rijdt zich dicht bij de wand van de tunnel bevindt. Bij het inrijden van een tunnel met een steile wand ben je al gauw geneigd meer naar het midden van de weg te gaan rijden. Mensen gaan krampachtiger sturen en voorzichtiger rijden in een tunnel, vooral omdat de rijstrook meestal smaller wordt. Ook heeft dit te maken met het perifere gezichtsveld. Te veel stimulering van je perifere gezichtsveld wordt als erg onplezierig ervaren. Een tunnelwand die zich dicht bij de rijbaan bevindt, zorgt voor veel visuele stimulering. Als de rijder zijn snelheid niet aanpast, dan kan het zijn dat de rijtaak daardoor meer van hem vergt dan hij aankan, waardoor hij van de rijbaan af kan raken. Past hij zijn snelheid te abrupt aan, dan kan het achteropkomende verkeer daar hinder van ondervinden.

Tunnelvrees
Tunnelvrees komt uiteraard ook bij motorrijders voor. Bij sommigen gaat het zover dat als het vizier ze in een tunnel beslaat, ze niet in staat zijn de hand van het stuur te nemen om deze te openen. Zo wordt het alsmaar donkerder. Angst slaat over in paniek. Tunnelvrees komt meer voor bij ouderen dan bij jongeren, dit als gevolg van het afnemen van de visuele vermogens bij het ouder worden. De angst is een soort overreactie, het concentreren op alles wat maar gevaarlijk en belangrijk kan zijn. Daardoor worden je hersenen overbelast, omdat je op dingen zit te letten die niet aan de orde zijn. Je hersenen hebben geen ruimte over om je aandacht op belangrijke zaken te richten.
De ogen sturen informatie naar je hersenen. Daar wachten de synapsen die de zenuwcellen met elkaar verbinden. Als de adrenalinetoevoer optimaal is, werken ze optimaal. Door de adrenaline als gevolg van stress klopt je hart sneller, je spieren zijn sterker, er stroomt meer bloed door je aderen. Door nervositeit, opwinding of prestatiedrang kan je adrenalinespiegel echter zover stijgen dat je synapsen blokkeren en opgeslagen gegevens, informatie, beelden e.d. niet of onvolledig worden doorgegeven. Oftewel: je hebt een blackout.
Vraag en aanbod van informatie bepalen onder andere de mate van concentratie. De snelheid waarmee je in staat bent informatie op te slaan is hierbij van belang. Krijg je te weinig informatie, dan ben je ongeconcentreerd. Komt er te veel informatie op je af, dan begrijp je er niets meer van.
Concentratie betekent doelgerichte geestelijke energie, innerlijke waakzaamheid. Als we eenmaal weten hoe we ons moeten concentreren, dan is er weinig ruimte meer voor angstgevoelens. De gedachte iets te moeten doen wat we niet willen lokt een stroom negatieve gevoelens en gedachten uit. Als je gestresst, moe, in slechte lichamelijke toestand verkeert of ziek bent, heb je vaak niet genoeg energie om je te concentreren. Bestaande angstgevoelens kunnen daardoor versterkt worden.

Therapeuten raden bij angst zelfgesprekken aan. In principe zijn we namelijk zelf de enige persoon met wie we nooit een goed gesprek voeren. Het kan helpen van tevoren in gedachten de situatie onder ogen te zien, je de situatie voor te stellen en je er zelf hardop van te overtuigen dat het echt niet gevaarlijk is. Zet je vizier voor de tunnel wijd open en ga hardop tegen jezelf praten om jezelf ervan te overtuigen dat je het kunt en dat je de situatie onder controle hebt. Zeg tegen jezelf dat je rustig moet blijven ademen en je spieren ontspannen.
Om van angst af te komen moet je handelen. Het maakt niet uit wat deze handeling inhoudt, als er maar gehandeld wordt. Dat is toegeven aan het vecht- of vluchtgedrag waarvoor de adrenaline bedoeld is. Daarom helpt het bijvoorbeeld goed om hardop te gaan zingen (praten) als je een tunnel inrijdt.

Wie lang en vaak genoeg wordt blootgesteld aan het rijden in een tunnel, krijgt geleidelijk aan minder last van zijn fobie, doordat gewenning optreedt. Kom je angsten onder ogen door geleidelijk eerst door een kleine tunnel te rijden, dan iets langere en meer gevreesde tunnels. Probeer rationeel te denken in plaats van het slechtste scenario in gedachten te houden. Ademhalingsoefeningen, jezelf bevestigen en je geest afleiden kan hierbij helpen.

Algemene tips voor het rijden in een tunnel

  • Je moet altijd voorzichtig zijn bij het rijden, maar neem de verkeersregels extra in acht als je door een tunnel rijdt. Tunnels vernauwen zich vaak, waardoor er weinig ruimte overblijft voor het maken van fouten. Een ongeluk in een tunnel kan behoorlijke vertragingen en opstoppingen veroorzaken en voor hulpverleners kost het extra tijd op de plaats van het ongeval te arriveren.
  • Doe je lichten aan en zet je zonnebril af en je vizier omhoog voor je de tunnel in rijdt.
  • Volg de richting aangegeven op signaleringsborden en houd je aan de aangegeven snelheid.
  • Keer nooit in een tunnel.
  • Neem ruime afstand tot het verkeer voor je (ten minste drie seconden).
  • Probeer niet plotseling te remmen, vooral in spitsuren als filevorming en plotselinge verkeersopstoppingen onverwacht opduiken.
  • In de buurt van een tunnel extra voorzichtig zijn met het oprijden van de weg.
  • Kijk vooral uit bij tunnels in de bergen. Veel tunnels, vooral in de Alpen, hebben geen verlichting. Plotseling zie je geen hand meer voor je ogen. Een tip is om één oog te sluiten. voor je de tunnel inrijdt, zodat dat oog zich alvast aangepast heeft aan het donker.
    Vaak zitten er scherpe bochten in. Houd er rekening mee dat er tegemoetkomend verkeer kan naderen.
    Ook het wegdek is vaak nat omdat het slecht opdroogt. Vooral bij vorst kan dit gevaren opleveren. Vermijd onnodige rijstrookwisselingen en pas je snelheid aan.

Tips voor calamiteiten in tunnels
De meeste lange tunnels hebben voorzieningen om het risico op ongelukken te minimaliseren en de overlast voor het andere verkeer bij een ongeval te beperken. Dit is vooral het geval in Nederland. Meestal zijn er speciale nooduitgangen, noodtelefoons en sprinklers, een tunneloperator, camera’s, een signaleringssysteem en speakers. Weggebruikers die te maken krijgen met een tunnelongeval laten hun voertuig staan, lopen keurig naar de vluchtdeuren en verdwijnen vervolgens in het middenkanaal, dat beschermd is tegen hitte en rook. Zo zou het moeten gaan volgens de ‘veiligheidsfilosofie’ van tunnels. De praktijk wijst anders uit. Als er bij een tunnelongeval hitte, rook en giftige gassen vrijkomen, dan is er direct levensgevaar voor de tunnelgebruikers. Hulpverleners zijn er vaak pas na tien minuten en dús is de zelfredzaamheid van de tunnelgebruiker net na de ramp van groot belang. Uit onderzoek is gebleken dat mensen passief in hun voertuig blijven zitten als zich voor hen een rokende vrachtauto bevindt. Daarna overheerst de passiviteit. Mensen blijven in de auto zitten, zelfs als de eerste tien auto’s volledig in de rook verdwijnen. Pas als de tunneloperator ‘explosiegevaar’ of ‘tunnel verlaten’ omroept, verlaten automobilisten hun auto.

Tunnelveiligheid-checklist:

  • Zet je vizier omhoog
  • Zet je zonnebril af (tenzij je voorgeschreven glazen hebt)
  • Controleer de elektronische berichtgeving voor instructies
  • Houd voldoende afstand van het verkeer voor je
  • Vermijd onnodige wisselingen van rijstrook
  • Houd de nooduitgangen in de gaten
  • Blijf kalm bij een noodgeval

Bij brand:

  • Achter de brand blijven, want de rook verplaatst zich normaal gesproken in de rijrichting
  • Zet je motor aan de kant en verlaat de tunnel zo snel mogelijk via een van de nooduitgangen.

Virtueel door de tunnel (wel met de auto). Aangegeven wordt o.a. wat je bij pech of brand in de tunnel moet doen. Na het leergedeelte kun je jezelf testen. Klik telkens op het geactiveerde onderdeeltje dat je moet afwerken. Heel leerzaam!

Een testoverzicht van de ANWB van 147 veel gebruikte tunnels in Europa. Ook hier kun je het pdf-bestand downloaden.