Tegensturen versus Gewichtsverplaatsing

 



Tegensturen in een bocht, de beste methode om een bocht te nemen. Naast het tegensturen kun je ook door het verplaatsen van je lichaamsgewicht je motor op hellingshoek brengen. Het is een veelgebruikte methode op het circuit, echter niet aan te raden op de openbare weg. Toch willen we door de vele vragen die hierover gesteld worden het onderwerp wat nader belichten.

Naast je motor hangen betekent simpelweg dat je de maximale hellingshoek bereikt hebt waardoor je meer hellingshoek wilt creëren door je lichaamsgewicht te verplaatsen. Je hoeft niet extreem ernaast te gaan hangen, maar op je linker- of rechterbil gaan zitten is voldoende. In een bocht naar links zit je dus met je rechterbil op het zadel en je linkerbil zit naast de motor. In de rechterbocht net andersom.
De meeste coureurs maken gebruik van een combinatie van tegensturen en gewichtsverplaatsing. Door middel van gewichtsverplaatsing kun je de juiste lijn in een bocht corrigeren (te vroege apex) of bijvoorbeeld in een plotseling krapper wordende bocht de motor wat verder laten leunen. Bij de exit van een bocht kan de gewichtsverplaatsing gebruikt worden om de motor weer rechtop te zetten.

Het principe
Door het naar beneden verplaatsen van het lichaamsgewicht in een bocht wordt het zwaartepunt van de motor naar de binnenkant van de bocht verplaatst en kan met dezelfde hellingshoek een bocht sneller genomen worden. Doordat de motor rechter op blijft staan, is de motor stabieler (bijvoorbeeld bij regen; groter loopvlak dus meer tractie). Daarentegen ligt het zwaartepunt dichter bij de weg, waardoor de snelheid tot aan de maximale hellingshoek opgevoerd kan worden. Ga je je binnenstepje te veel belasten, dan komt je motor schuiner te staan en ga je minder snel door de bocht. (Als je binnenstepje de grond raakt, en je hebt er gewicht op staan, word je letterlijk uit je zadel getild). Door het buitenstepje te gebruiken wordt je motor stabieler en kun je sneller door de bocht. (Sommige motorrijders menen dat je door het staan op je voetsteunen je zwaartepunt verlaagt. Dit is niet het geval. Bij het staan op je voetsteunen wordt het gezamenlijke zwaartepunt van jezelf en je motor naar voren en omhoog verplaatst. Hoe hoger het zwaartepunt, hoe groter de hellingskracht, hoe moeilijker de motor in balans kan worden gehouden. Daardoor kun je zelfs minder snel door de bocht en heb je minder controle over je motor. Staan op je voetsteunen heeft als enige voordeel dat je je motor sneller kunt laten leunen en een schok van bijvoorbeeld een wegobstakel beter kunt opvangen).

De techniek

Er zijn drie manieren om je motor te laten kantelen:

  1. door op de binnenste voetsteun te drukken
  2. door kracht uit te oefenen op de buitenkant van de motor
  3. door je lichaam te verplaatsen

of een combinatie van deze drie.

Zoek een rustige locatie en oefen de lichaamsverplaatsing met gematigde snelheid. Zorg ervoor dat je volkomen ontspannen op je motor zit (zie zithouding) om geen ongewenste input door te geven aan je motor door bijvoorbeeld verkrampte armen. Kijk waar je heengaat en probeer geen enkele stuurinput te geven.
Het verplaatsen van je lichaam dient altijd voor het remmen of voor het sturen te gebeuren, zodat de motor stabiel is vóór de richtingsverandering. Ga in één vloeiende beweging naast de tank zitten en beweeg je bovenlichaam naar de rechterkant van de motor. Ga zover mogelijk vooruit zitten. Nu merk je dat je motor in eerste instantie iets naar links leunt en draait en pas dan leunt hij naar rechts en draait naar rechts. Voor de linkerbocht geldt het tegenovergestelde. Dit effect wordt veroorzaakt door de wet van behoud van impulsmoment. Om dit effect tegen te gaan zul je je lichaam daarom eerst in tegenovergestelde richting van de motor moeten bewegen. Dit betekent de motor daarom snel in een bepaalde richting sturen en dan pas rustig je lichaam erachteraan. Of rustig je lichaam verplaatsen en pas daarna de motor.

  1. druk je buitenste knie en bovenbeen krachtig tegen de tank zodat je lichaam niet in de richting van de bocht valt (zonder tank je zadel, anders gewoon alleen tegensturen)
  2. tenen op het binnenste stepje in verband met het slepen van je voet. Bal van je voet, of het gedeelte tussen de bal en je hak, op het buitenstepje
  3. probeer zoveel mogelijk contactpunten met de motor te houden: hiel, knie, borst, elleboog
  4. je ogen dienen horizontaal ten opzichte van de grond en in de verte gericht zijn, om je te oriënteren op waar je heengaat
  5. armen ontspannen, om tegen te kunnen sturen en wegveranderingen op te kunnen vangen zonder wegoneffenheden door te geven aan je stuur

Voor een wijdere lijn in een bocht en om je motor weer rechtop te krijgen zet je je gewicht op de buitenste voetsteun.
Let wel: door het snel heen en weer verplaatsen van je lichaam kunnen onbewuste rukken aan je stuurhelften gegeven worden waardoor de motor onrustig wordt en kan gaan slingeren, vooral tijdens acceleratie. Zorg er daarom voor dat je je knie/been altijd tegen de tank houdt tijdens het verplaatsen van je lichaam.

gewichtsverplaatsing vs. tegensturen


Een van de nadelen van gewichtsverplaatsing is dat je minder tijd overhoudt om te reageren en je klaar te maken voor de volgende bocht. Voor gewichtsverplaatsing heb je namelijk meer tijd nodig. Tegensturen heeft niets met gewichtsverplaatsing te maken. Door het rappe tempo waarin tegensturen toegepast kan worden is dit de ideale manier om met hoge snelheid meerdere krappe bochten achter elkaar te nemen. Daarom wordt op de openbare weg de voorkeur gegeven aan tegensturen.

Tegensturen heeft de voorkeur boven gewichtsverplaatsing om de volgende redenen:

  • In principe zijn je armen namelijk altijd al onbewust aan het tegensturen, ook al denk je zelf van niet.
  • Het alleen met je lichaam stuurcorrecties uitvoeren bij hoge snelheden is zo goed als onmogelijk. Bij hele lage snelheden (stapvoets), als je niet kunt tegensturen, kun je je motor inderdaad met deze methode bijsturen.
  • Door te duwen tegen je binnenstuur (tegensturen) kun je je motor net zo plat krijgen als je wilt.
  • Als je echt gewicht zet op het binnenstepje, duw je als het ware de motor onder je uit, en dat is niet de bedoeling. Als je gewicht zet op je buitenstepje, duw je de motor meer rechtop en verklein je het risico op onderuitgaan.
  • Naast je motor hangen is negatief voor je zicht en kan je in kritieke situaties in de problemen brengen.
  • Voor het voorkomen van ongelukken is gewichtsverplaatsing niet de beste en snelste methode.
  • Tijdens het naast je motor hangen heb je minder controle over je achterrem.
  • Op openbare wegen hoef je de bocht niet zo snel te nemen.

Conclusie
Door gewichtsverplaatsing is het mogelijk een bocht met hoge snelheid te nemen. Dit heeft echter alleen nut op het circuit. Bovendien zal veel gewichtsverplaatsing (knietje) je op de openbare weg in de meeste gevallen niet in dankbaarheid worden afgenomen door de sterke arm. Gewichtsverplaatsing kan echter een techniek zijn om als aanvulling op tegensturen je rijtechniek verder te perfectioneren. De beste combinatie is tegensturen én gewichtsverplaatsing én gebruik van je buitenstepje.